Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > V40 Halleluja - Prijs de Heer!
zoeken
printen

V40 Halleluja - Prijs de Heer!

In uitweiding 110,1 verklaart Augustinus wat het woord halleluia betekent. En wat is passender dan het halleluia zingen wanneer we horen 'Belijd de Heer, want Hij is goed.' (psalm 117/118, 2)

De tekst van psalmvers 110 (111), 1-2 zoals die werd gelezen door Augustinus:
Ik zal U belijden, Heer, met heel mijn hart ...  

[110,1] De dagen waarop wij halleluja moeten zingen, zijn weer aangebroken. Wees er met uw aandacht bij, broe­ders en zusters. Laat goed tot u doordringen wat de Heer ons geeft om ons aan te spo­ren en onze liefde te voeden. Want daarmee klampen wij ons vast aan God. En dat is goed voor ons. Wees aandachtig, goede zangers, kin­de­ren van de lof en de altijddurende heerlijkheid van de ware en onvergankelijke God. Wees aan­dach­tig, u die weet hoe u in uw hart moet zingen en spelen voor de Heer: door Hem altijd voor alles te danken. (Vgl. Ef 5,19-20.) En prijs God. Want dat is wat het woord 'halle­lu­ja' be­­te­kent.

Ook deze dagen komen om voorbij te gaan, en ze gaan voorbij om te komen. Maar ze wijzen op de Dag die niet komt en ook niet voorbijgaat, de Dag ­bij wie geen sprake is van een dag van gisteren die al voorbij is en ook niet van een dag van morgen die nog moet komen. Wanneer wij bij die Dag zijn, zullen wij, als wij ons tenminste aan Hem vastklampen, ook zelf niet meer voorbijgaan. ... 

Belijd de Heer, want Hij is goed.
Zijn barmhartigheid duurt eeuwig.

[117,2] [2] … Er bestaat geen enkele reden om eraan te twijfelen dat er in Gods heilige Schrift niet alleen sprake is van God onze zon­den belijden, maar ook van God onze lof belijden. Wat is er daarom passender in deze psalm, wan­neer wij halleluja zingen (wat ‘prijs de Heer’ be­te­kent), en wanneer wij begrijpen dat wij iets moeten doen, als wij horen: Belijd de Heer... Wat is er daar­om pas­sen­der dan dat wij de Heer prijzen?

De lof aan God valt niet beknopter ­uit te druk­ken dan in ‘Hij is goed’. Ik zie niet in wat er grootser zou kun­­nen zijn dan goed zijn. Want goed zijn is zo kenmerkend voor God dat de Zoon van God antwoordde, toen iemand Hem aansprak met Goe­­de Meester –  dat moet natuurlijk iemand zijn geweest die wel zag dat Hij mens was, maar niet begreep dat Hij ook God was – dat de Zoon van God toen ant­woordde: 'Waarom zegt u van Mij dat Ik goed ben? Alleen God is goed.' (Mt, 19, 16-17) Wat zegt Hij daarmee anders dan: Als u Mij goed wilt noe­men, besef dan dat Ik ook God ben?

Maar het volk zou - zo luidde de verkon­di­ging - in de toekomst worden bevrijd, van iedere inspanning, van de gevan­gen­schap van het verblijf in den vreemde en van iedere omgang met on­gerechtigen. En dat zou dan gebeuren door de ge­na­de van God, die niet alleen kwaad met kwaad vergeldt, maar ook kwaad met goed. Daarom wordt er vol­komen terecht bij gezegd dat zijn barmhartigheid eeuwig duurt.

uit: Augustinus, Uitweiding over psalm 110,1 en over 117 (118),2 in: Over de psalmen. Uitweidingen 110-117 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
Over de psalmen. Uitweidingen 110-117
Over de psalmen. Uitweidingen 110-117 [Enarrationes in Psalmos] / Aurelius Augustinus; ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar. - Eindhoven: Damon, Utrecht: Augustijns Instituut: 2020.- 144 p.; hardback; € 24,90 ISBN: 978 94 6340 280 4. lees verder
26 Oktober 2020