Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > Waar het hart vol van is...
zoeken
printen

Waar het hart vol van is...

De Bijbel opent met het verhaal over de schepping. We lezen zes maal dat God aan het einde van de dag 'zag dat het goed was' op de zesde dag zelfs 'zeer goed'. Augustinus prijst de schoonheid van de schepping, hij noemt de 'wonderlijke glans van het licht, de schaduwrijke bossen, de verscheidenheid aan dieren, de kleuren van de zee'. (Civ. Dei XXII, 24, c 1-5)

Al het goede komt van God. God is in heel zijn schepping aanwezig. 'God haat niets van wat Hij geschapen heeft.' (Joh. tr. 110,6) We mogen al het goede van de aarde gebruiken (uti) en ervan genieten (frui) maar niet zo dat we aan het aardse blijven hangen alsof dat ons einddoel is. Het gaat niet om de schepping maar om de schepper. 

Augustinus komt dan met een schitterende vergelijking over een verliefd stel waarbij het meisje meer van de ring houdt van van haar verloofde. God schenkt ons de aarde met de belofte dat er nog meer volgt. 

Nemen we als voorbeeld een jongen die voor zijn meisje een ring gemaakt heeft, waarbij het meisje blijk geeft meer van de ring die ze kreeg, te houden dan van de jongen die hem voor haar maakte. Verraadt dan haar voorkeur voor het geschenk van haar verloofde eigenlijk geen overspelig hart, ook al houdt zij van dat geschenk? Zij vindt de ring die haar jongen haar gegeven heeft prachtig, maar je vraagt je terecht af wat dat voor een vrouw is die zegt: aan deze ring heb ik genoeg, zijn gezicht hoef ik niet meer te zien. Wie zou zo’n harteloosheid niet afschuwelijk vinden en als een soort overspel beschouwen? Zij bemint goud in plaats van een mens, een ring in plaats van een verloofde. Als dat meisje werkelijk meer van die ring houdt dan van haar jongen, en wel de ring wil maar hem niet meer wenst te zien, dan is dit geschenk niet langer een onderpand dat hen dichter bij elkaar brengt, maar integendeel een bron van verwijdering. De jongen gaf dit liefdesbewijs immers alleen met de verwachting daarin zelf bemind te worden.

Zo heeft God u de hele wereld geschonken. Bemin dus degene die haar voor u gemaakt heeft. En er is nog meer dat Hij u wil geven, namelijk Zichzelf die alles geschapen heeft. Maar als u het geschapene bemint met voorbijzien van de schepper, moet uw liefde dan niet als een soort overspel bestempeld worden?

T.J.van Bavel, Augustinus’ Preek 2,11 over de Eerste brief van Johannes (vertaling licht bewerkt)   

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Oktober 2020