Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pelagianen

In feite gaat het hier om een verzamelnaam van diverse categorieën christenen, die de vrijheid van de menselijke wil beschouwden als een noodzakelijke voorwaarde voor het ontvangen van Gods genade. Zij behoorden tot een omstreden beweging in de kerk. Vanaf 410 hield de discussie hierover het christelijke westen twintig jaar lang bezig.
De naam is afgeleid van Pelagius (geboren omstreeks 354 en te Rome gedoopt rond 382), een asceet die leerde dat de mens door een deugdzaam leven van goede werken zich waardig maakt voor zijn eindbestemming. Deze visie vond bijval in de hogere kringen te Rome en in sommige monniken- en ascetenmilieus. De latere, kerkelijke visie op de pelagianen werd vooral bepaald vanuit Augustinus' geschriften - al dan niet correct geïnterpreteerd. Dit had een negatieve invloed op de geschiedschrijving van zowel de pelagiaanse als de augustijnse visie. Die leidde ertoe dat men Augustinus een visie op de mens in de schoenen schoof, die eigenlijk de visie van anderen na hem was.

 

Augustinus in discussie met de pelagianen

 

In de feitelijke discussie in de vijfde eeuw zijn er drie perioden te onderscheiden:

Voor 411


Pelagius verwierp een maniche?stisch getinte predestinatie waarin het kwade wel in de mens plaatsvindt, maar dan wel buiten diens persoonlijke schuld. Hij benadrukte dat de mens zijn bestemming bereikt door haar te verdienen in het naleven van Gods geboden en in het opvolgen van de raadgevingen uit het evangelie. De mens kan dat doen door de vrijheid die iedere mens ingeboren is. Iedereen is tot een echte navolging van Christus in staat.


411-418

Vooral vanwege de verspreiding van pelagiaanse gedachten door Caelestius, een leerling van Pelagius, volgden een aantal kerkelijke veroordelingen, mede door Augustinus gestimuleerd. Terwijl hij aanvankelijk Pelagius zelf ontzag, schreef hij in deze periode werken tegen de pelagianen en vanaf 415 ook tegen Pelagius zelf: De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum , De spiritu et littera, De natura et gratia , De anima et eius origine, De perfectione iustitiae hominis, De gestis Pelagii , De gratia Christi et pecccato originali, De nuptiis et concupiscentia, Contra duas epistulas pelagianorum.



Na 418


Na de veroordelingen werd de discussie gekenmerkt door een felle persoonlijke controverse tussen bisschop Julianus van Eclanum (+454) en Augustinus. De discussie ging over hoe het positieve van het huwelijk te verzoenen valt met de theologische visie op de aangeboren erfzonde en de daarmee gepaard gaande begeerlijkheid. Vanaf 425 ontwikkelde de controverse zich tot het sterk benadrukken van de door elk van beiden gekoesterde verschillen in het mensbeeld. Augustinus reageerde met werken over de verhouding tussen erfzonde, vrije wil en genade: Contra Julianum , De gratia et libero arbitrio , De correptione et gratia, De praedestinatione sanctorum, De dono perseverantiae , Contra Julianum opus imperfectum. Voor Augustinus was genade een hulp voorafgaand aan de vrijheid. Door de genade komt de menselijke vrijheid pas echt tot uitdrukking. Gods genade is daarbij niet in strijd met de vrijheid, integendeel, de genade die er vanaf het begin van elke goede daad is, wordt door de vrijheid aangevuld.
Met een beroep op Augustinus' visie is een latere kerkelijke discussie ontstaan over hoe de mens tot geloof komt, toegespitst op de positie van pasgeboren kinderen. Ook ging ze vaak over het predestinationisme, een overtrokken vorm van predestinatieleer waarbij men op onzorgvuldige wijze teksten van Augustinus aanvoerde. Gezien het belang van dit onderwerp en de noodzaak uitvoeriger de achtergrond ervan te schetsen komt het pelagianisme terug in De invloed van Augustinus.

Tekst dr Martijn Schrama OSA en drs Anke Tigchelaar

Top

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
11 Maart 2019