Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Arianen

De arianen ontleenden hun naam aan de priester Arius (+336). Hij verdedigde de mening dat Christus als Zoon van God in godheid niet gelijk was aan de Vader maar onder Hem stond. Hiermee wilde hij tegenover de aanhangers van het meergodendom, in het Romeinse rijk, de enkelvoudigheid van God onderstrepen. En hij benadrukte daarmee meer het middelaarschap van Christus. In de ogen van Arius stond Christus dichter bij de mens en was dus meer verbonden met de wereld dan God.

Deze theologische discussie over de positie van Christus ten aanzien van God en van de mensen speelde een tijd lang een rol in de politieke verhoudingen van de vierde eeuw, vooral in het Oosten. Het lot van het arianisme werd bezegeld op het concilie van Constantinopel in 381. De ariaanse bisschoppen werden daar door concilie en keizer buiten de wet gesteld. Op sommige plekken in het Westromeinse Rijk bleef het arianisme toch gewoon bestaan en had het zijn eigen leiders en predikers.

Een heel andere categorie arianen vormden de germaanse stammen die rond 410 over de grenzen van het Romeinse rijk trokken en Rome plunderden. Het hele west Romeinse rijk had te lijden onder hun gewelddadigheden. In de geloofsdiscussie richt Augustinus zich echter tot de ariaanse geestelijk leiders en predikers.


Augustinus in discussie met de arianen

Augustinus heeft slechts enkele keren direct met arianen te maken gehad. Zijn anti-ariaanse werken richtten zich met namen tegen de hierboven genoemde overblijfselen van het arianisme in het westen en tegen haar vertegenwoordigers: Contra sermonem arrianorum, Collatio cum Maximino Arrianorum episcopo, Contra Maximinum Arrianum .

Tekst dr Martijn Schrama OSA en drs Anke Tigchelaar

Top

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
11 Maart 2019