Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustinus' Leven > Tijdgenoten > Manicheeërs
zoeken
printen

Manicheeërs

Manicheeërs  Arianen  Donatisten  Pelagianen  Romeinse godsdienst

Vanaf de tijd dat Augustinus het bisschopsambt bekleedde, was hij voortdurend betrokken bij controverses inzake het geloof. In veel van zijn werken is dat terug te zien. Alleen de Confessiones, De doctrina christiana , De Genesi ad litteram (Gen 1-3), De Trinitate en het Enchiridion missen een duidelijk controversiële achtergrond. Maar zelfs in die boeken komt naar voren hoe intensief Augustinus betrokken was bij de godsdienst- en geloofsdiscussies van zijn tijd. Voor een beter begrip van deze discussies bespreken we hier achtereenvolgens Augustinus' verhouding tot de manicheeërs, arianen, donatisten, pelagianen en de aanhangers van het Romeinse godendom. Tot slot gaan we in op Augustinus' verhouding tot de joden.

 

De manicheeërs

De manicheeërs waren volgelingen van Mani (+276), een Perzische prins die zichzelf als de laatste profeet na Jezus Christus beschouwde. De Perzische koning liet hem ombrengen. Door zijn leerlingen werd hij als martelaar vereerd. Zij verspreidden zich tot in China en Spanje. Augustinus kwam in contact met hen in Carthago, waar ze zich in 297 hadden gevestigd. Zij beschouwden Christus als het middelpunt van het bestaan. Christus' openbaring was volmaakt voor hen. Daartegenover stond de openbaring van de bijbelboeken. Die gaven in de ogen van de manicheeërs de leer van Christus niet weer omdat ze literaire onvolkomenheden bevatten en onderlinge tegenstrijdigheden. Het gezag van de bijbel werd door de manicheeërs dus niet erkend.

De manicheeërs schreven de oorsprong van de materie toe aan de boze scheppergod, die in een eeuwige strijd gewikkeld was met de goede scheppergod. Ook de mens was betrokken in dit kosmische conflict tussen de goede en de kwade macht, omdat in de mens licht en duisternis verstrengeld waren. Het goede kon je ontdekken door kennis (gnosis). Gestimuleerd door ascese (jezelf in bepaalde mate onthouden van eten en drinken en jezelf lichamelijke ontberingen opleggen als training om je eigen spirituele leven te intensiveren) verkreeg je verlichting en openbaring. Volgens de manicheeërs was er maar een manier om van de negatief opgevatte materie verlost te worden. Als gevolg van de strijd tussen de goede en kwade scheppergod was de materie verstrengeld geraakt met positieve lichtdeeltjes.
Door ascese kon men de lichtdeeltjes isoleren van de materie. Deze deeltjes vormden dan op hun beurt door samenklontering een eigen goede macht tegenover de kwade macht van de materie. Zo kon het licht bevrijd worden van materie. Alleen de uitverkorenen (electi) konden deze bevrijding bewerken. Zij hielden zich aan bepaalde voorschriften inzake voedsel. Hierdoor waren zij in staat de lichtdeeltjes los te maken van de materie. En door hun sexuele onthouding verhinderden ze dat er nieuwe materie tot stand kwam. Augustinus had eens tot de toehoorders (auditores) behoord. Dezen waren niet gebonden aan de voorschriften die de uitverkorenen dienden te onderhouden, maar ze werden wel verondersteld de uitverkorenen te eerbiedigen en te steunen.

Augustinus in discussie met de manicheeërs  

In zijn anti-manichese werken zette Augustinus op de eerste plaats een dialoog voort met zichzelf, hij was zelf ten slotte negen jaar manicheeër geweest. Maar nog belangrijker: in deze werken ging hij de discussie aan met representatieve leden van de manichese kerk. De manichese beweging was een verboden beweging, maar ondanks dat kende ze in het rijk een ruime verspreiding, onder andere in de steden van Afrika. Rondtrekkende manichese predikanten daagden christenen uit tot publieke debatten. De aanhangers vormden een breed netwerk, dat gebruikt werd om waar nodig elkaar maatschappelijk te steunen. Augustinus zelf profiteerde daarvan bij zijn verhuizing naar Rome.

In de discussie met de manicheeërs hield de oplossing die zij gaven voor het probleem van het kwaad, Augustinus het langst in zijn greep. Pas door de preken van Ambrosius nam hij afstand van hun idee dat de mens niet zelf verantwoordelijk was voor het kwaad dat hij of zij bedreef. Volgens het manicheïsme was namelijk de eigenlijke bedrijver van het kwaad een afzonderlijke boze natuur die in de mens haar werk deed. Augustinus reageerde hierop door in zijn boeken de eenheid van de menselijke persoon te onderstrepen en diens verantwoordelijkheid voor eigen daden. Volgens Augustinus lag aan het bedrijven van het kwaad niet een buiten de mens bestaande boze natuur ten grondslag maar de eigen menselijke wil. Het kwaad was in de mens zelf en stond niet buiten hem. Vanuit Augustinus' reactie op het manicheïsme is ook zijn zorg voor het gezag van de bijbel te verklaren. In de ogen van Augustinus bevatte de bijbel geen echte tegenstrijdigheden, de zogenaamde verschillen waren opzettelijk en vulden elkaar aan.

Augustinus ontwikkelde als ex-manicheeër ook een aversie tegen verregaande ascese. Zij mocht niet ontaarden in acrobatiek, maar diende altijd gematigd te zijn en een sociaal karakter te dragen. Werken die hij tegen het manicheïsme schreef: De Genesi adversus manicheos , De utilitate credendi, het verslag van zijn openbaar debat met Fortunatus in de Acta contra Fortunatum manicheum en Contra Faustum waarin het geschrift van de manicheeër Faustus punt voor punt wordt weerlegd.

 

Teksten* : dr Martijn Schrama OSA en drs Anke Tigchelaar
* Manichicheërs, Arianen, Donatisten, Pelagianen, Romeinse godsdienst  

Gebruikte literatuur
•    Augustine through the ages : An encyclopedia / ed. by Allan D. Fitzgerald OSA - Grand Rapids (Mi), Eerdmans, 1999. ISBN: 0-8028-3843-X. - Met name de artikelen: "Arius Arianism, Donatus Donatism, Mani Manicheism, Jews and Judaism"
•    Augustinus, de binnenkant van zijn denken / Martijn Schrama. - Zoetermeer: Meinema, 1999. - ISBN: 90-211-3746-1.
•    Zoals het hart verlangt: Preken over de Psalmen / Aurelius Augustinus ; vert. en ingel. door Martijn Schrama, Wim Sleddens en Hugo de Lil. - (Sleutelteksten in godsdienst en theologie ; 24). - Zoetermeer: Meinema, 2001. - ISBN: 90-211-3793-3.- Met name p. 26-32.

Andere beschrijvingen Augustinus' Leven en Werk op internet
•    Gestalt und Werk Augustins van het Zentrum für Augustinus-Forschung

Top

 

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
11 Maart 2019