Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > Van duisternis naar licht
zoeken
printen

Van duisternis naar licht

Pasen: duisternis wordt weer licht


Het was het derde uur na zonsopgang toen ze hem kruisigden …
Op het middaguur viel er een duisternis over het hele land, die drie uur aanhield.
(Marcus, 15, 25 en 33)

Het is vreemd om met Pasen geen nachtmis te kunnen bijwonen. We verlangen immers om na de duisternis het Licht te zien.

Mijn preek moet gaan over de avonddienst. Toen we zongen baden we, toen we baden zongen we: 'Laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk, mijn geheven handen als een avondoffer.' (Ps 140/141,2) Als we bidden zien we de mens, in het spreiden van onze armen herkennen we het kruis. Ja, dat is het teken dat wij op ons voorhoofd dragen, het teken van onze redding. Een teken dat werd bespot om geëerd te worden en veracht om verheerlijkt te worden. God wordt zichtbaar zodat Hij kan bidden als een mens. En God blijft verborgen zodat Hij kan sterven als een mens.

Hij heeft ons vrijgekocht met zijn bloed. Want geschapen heeft Hij ons in het begin. Dat begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. (Joh, 1,1) Door Hem zijn wij geschapen: 'Alles is door Hem gemaakt en zonder Hem is niets gemaakt.'(Joh. 1 ) Door wie wij zijn vrijgekocht hoort u hier: 'In wat gemaakt is was leven, en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis nam het niet aan.'' (Joh, 1,5) Nog steeds is Hij God, nog steeds wordt gezegd dat Hij eeuwig en onveranderlijk is. Nog steeds wordt gezegd dat ons hart gezuiverd moet worden om Hem te kunnen zien. (Vgl. Mat. 5,8) De duisternis, dat zijn de zondaars. De duisternis, dat zijn de ongelovigen. Zij moet geen duisternis meer zijn maar het licht kunnen aannemen. Daarom is het Woord mens geworden en heeft het bij ons gewoond. (Joh. 1,14)

Lieve mensen, wees toch geen duisternis, wees niet ongelovig, onrechtvaardig, oneerlijk, hebzuchtig, gierig, verslingerd aan de wereld. Dat wordt namelijk bedoeld met 'duisternis'. Het licht is er dan heus wel, maar u bent niet ontvankelijk voor het licht. Een blinde die in de zon staat heeft de zon wel om zich heen, maar de zon kan niet tot hem doordringen. Wees dus geen duisternis. Dit is nu net de genade waarover ik ga spreken: wij zijn geen duisternis meer en de apostel Paulus kan tegen ons zeggen: 'Eens was u duisternis, maar nu bent u licht door uw bestaan in de Heer.' (Ef. 5,8)

Augustinus,
preek 342, 1-2 in:  Huis van barmhartigheid ;
Verhandeling 3,5 op het Johannesevangelie in: Geef mij te drinken  

kleiner A  -  A groter
Sitemap
31 Maart 2021