Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > V33 God is liefde
zoeken
printen

 

God is liefde

God helpt ons hoewel hij ons niet nodig heeft 

 

Wij hebben Gods liefde die in ons is leren kennen en vertrouwen erop. Nogmaals, hoe hebt u die leren kennen? ‘God is liefde.’ Dat heeft Johannes al eerder gezegd, en nu opnieuw. Beter kon hij de liefde toch wel niet onder je aandacht brengen, dan door haar God te noemen? Misschien was je van plan het geschenk van God af te wijzen. Wijs je God ook af? ‘God is liefde. En wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem.’

Ze wonen wederkerig in elkaar, die vasthoudt en die vastgehouden wordt. Jij woont in God, om door hem te worden vastgehouden. God woont in jou, om jou vast te houden zodat je niet valt. Nu moet je niet denken dat jij huis van God wordt zoals jouw huis je lichamelijke aanwezigheid omvat. Als jouw woning zich terugtrekt, val je in het niets. Maar als jij je terugtrekt, gebeurt er niets met God.

Hij blijft ongedeerd als jij hem verlaat, hij blijft ongedeerd wanneer je weer naar hem teruggaat. Jij wordt genezen, maar jij geeft hem niets. Jij wordt gereinigd, hersteld in je krachten en weer op het goede spoor gezet. Voor de zieke is hij het geneesmiddel, voor de afgedwaalde de rechte weg, voor wie in het donker verkeert is hij het licht, voor de zwerver een onderkomen.

Al het goede komt dus naar jou toe. Ga niet denken dat jij voor God iets mee kunt nemen als je naar hem toe gaat. Niet eens jezelf. Als jij niet wilt, en als niemand wil, heeft God dan geen dienaren? God heeft geen dienaren nodig, maar de dienaren hebben hem nodig. Daarom zegt de Psalm: ‘Ik zeg tot de Heer: U bent mijn God’. Ja, hij is echt de Heer. Want wat zegt hij: ‘want u hebt mijn goed niet nodig’. Jij hebt de goede diensten nodig van je slaaf, en je slaaf heeft behoefte aan jouw goederen waarvan je hem te eten geeft. En jij hebt zijn goed ook nodig, dat hij je van dienst is. Jij kunt geen water halen, niet koken, je kunt je paard niet bij de teugel leiden, je kunt niet voor je rijdier zorgen. Zie je wel dat je het goed van je slaaf nodig hebt, zijn goede diensten? En als jij jouw ondergeschikte nodig hebt, ben je eigenlijk niet echt heer. Echt heer is wie niets van ons vraagt en die wij van onze kant niet moeten trachten te ontlopen, tot eigen nadeel. Hij heeft niets van ons gevraagd; hij heeft ons gezocht, terwijl wij niet zochten naar hem. Eén schaap was verdwaald, hij vond het en bracht het met blijdschap op zijn schouders terug. Had de herder dat ene schaap dan nodig, en niet eerder dat schaap de herder?

Preek 8,14 in de preken over de Eerste brief van Johannes
Dit citaat is vertaald door Wim Sleddens OSA. 
Voor de bundel (uitverkocht) zie Preken over de eerste brief van Johannes

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
Preken over de Eerste brief van Johannes
Preken over de Eerste brief van Johannes / Augustinus van Hippo ; ingel. en vert. door Tarsicius Jan van Bavel .- Leuven : Augustijns Historisch Instituut, 1992.- XIV, 165 p ; 24 cm . – geen isbn. lees verder
21 Mei 2019