Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > Wij zijn reizigers onderweg
zoeken
printen

Wij zijn reizigers onderweg


Onderweg zijn, verder trekken
Wat betekent dat?
 


'Wij zijn volmaakte reizigers, 
maar nog geen volmaakte bezitters. ... 

Als reizigers zijn wij onderweg. 
Jij vraagt:
"Verder trekken, wat betekent dat?"
Om het kort te zeggen: dat betekent vooruitgaan.
Anders begrijp je het misschien verkeerd 
en ga je steeds langzamer lopen.
Onderzoek jezelf.
Wil je bereiken wat je nog niet bent,
wees dan ontevreden met wat je nu bent.
Want zodra je zelfgenoegzaam wordt, blijf je stilstaan.
Zodra je zegt: "Het is genoeg," ga je ten onder.
Doe er dus steeds iets bij,
trek steeds verder,
maak steeds vooruitgang.'

Augustinus, sermo 169,18 in: Geloof is het begin 


Hoe trek je verder? 

Wie zijn het die geen vooruitgang boeken? Dat zijn mensen die zichzelf verstandig vinden. Zij zeggen: 'Waar ik nu ben, dat is voor mij goed genoeg.' Zij luisteren niet naar degene die gezegd heeft: 'Ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.' De apostel zegt dus dat hij meedeed aan de wedloop en dat hij recht op zijn doel afging. Hij is niet achtergebleven, heeft niet omgekeken en is zeker niet verdwaald. Hij leerde ook anderen om de weg te gaan. Hij ging die weg zelf en wees hem aan ons. En nu probeert hij ons ertoe te brengen even snel te lopen als hij. 'Ik roep u op om mij na te volgen, zoals ik Jezus Christus heb nagevolgd.'

Ik stel me dus voor, broeders en zusters, om de weg te gaan samen met u. Als ik langzaam ben, loop dan maar voor me uit. Ik ben niet jaloers, integendeel, ik stel er prijs op om mensen voor me te hebben die ik kan volgen. Maar als u vindt dat ik snel ga, probeer dan mij bij te houden. We hebben één doel waar we allemaal naar onderweg zijn, langzame lopers en snelle lopers. En blijf denken aan wat de apostel zegt: 'Ik beeld me niet in dat ik het doel al bereikt heb.' Kijk, dat is een man die niet overmoedig denkt dat hij er al is; maar die ook niet van plan is om onderweg te blijven steken. Ja, dat is de volmaakte reiziger. Hij is nog niet helemaal aangekomen, maar hij is goed onderweg, hij loopt stevig door en houdt de goede richting vast.  Maar hij is nog steeds reiziger, nog steeds onderweg, hij heeft zijn doel nog niet bereikt.

Augustinus, preek 306B, 2.3 in: Stratenmakers en brugwachters, p.154 -155

 

Voorschot voor onderweg

Wan­neer mensen zaken doen met elkaar en zich bij geld­zaken gerust voelen door een borgstelling, dan krijgen ze meestal een voorschot, of ze geven er een. Het voorschot geeft het vertrouwen dat de zaak, waarvoor het voorschot is betaald, er ook komt. Christus heeft ons ook een voorschot gegeven: de Heilige Geest. Hoewel Chris­tus ons niet eens kán bedriegen, heeft Hij ons toch gerustge­steld door ons een voorschot te geven. Ook als Hij dat niet zou geven, zou Hij zonder twijfel verwezenlijken wat Hij had beloofd. Wat had Hij beloofd? Het eeuwige leven. Daarvan gaf Hij de Heilige Geest als voorschot. Het eeuwige leven is het bezit van hen die in de hemel verblijven. Het voorschot is de ondersteuning voor hen die onderweg zijn op aarde.

Men kan het ook beter voorschot noemen dan onder­pand. Kijk, ze lijken hetzelfde, die twee. Maar toch is er een niet onbelangrijk verschil. Zowel wanneer er een onderpand, als wanneer er een voor­schot wordt gegeven, gebeurt dat om een belofte na te komen. Wanneer u een onderpand krijgt, moet u het teruggeven als de zaak is afge­rond. Wanneer u echter een voorschot krijgt, hoeft u dat niet terug te geven. Nee, de rest van het bedrag komt er bovenop. Wij hebben dus een voorschot gekregen. Wij moeten dorsten naar de bron waar het voorschot vandaan komt. Wij hebben een voor­schot gekregen, een soort besprenkeling van de heilige Geest in ons hart. Als wij deze dauw voelen, verlangen we naar de bron. Waarom hebben we anders een voorschot, dan om te voorkomen dat we op onze aardse reis onze krachten verliezen door honger en dorst? Wij hebben toch honger en dorst, als wij tenminste erkennen dat wij onderweg zijn?

Wie onderweg is en weet dat hij onderweg is, verlangt naar zijn vader­land. Zolang hij daarnaar verlangt, valt de reis hem zwaar. Als hij van reizen houdt, vergeet hij zijn vaderland en wil er niet naar terugkeren. Maar ons vaderland is niet zo, dat we er iets boven kunnen stellen. Soms worden mensen namelijk rijk, terwijl ze onderweg zijn. Mensen die gebrek leden in hun vaderland, worden rijk door hun reis en willen niet terugkeren.

In den vreemde geboren zijn wij allen ver weg van onze Heer, sinds Hij de eerste mens de levensadem in­blies (Gn 2,7). Ons vaderland ligt in de hemel, de engelen zijn onze mede­bur­gers. Wij hebben brieven uit ons vaderland ontvangen, om ons aan te sporen terug te keren. Die worden dagelijks voor de mensen plechtig voor­gelezen. Moge de wereld aan belang inboeten. Moge Hij door wie de wereld is gemaakt, worden bemind.

Augustinus, preek 378 in: Bidden met je handen ; Bezieling voor onderweg. Gedachten over Pinksteren in: Augustinus aan het woord

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
Geloof is het begin
Geloof is het begin. Preken over teksten uit brieven van het Nieuwe Testament [Sermones de scripturis 162C-183] / Aurelius Augustinus ; ingeleid, vertaald en van aantekeningen voorzien door Joke Gehlen-Springorum, Vincent Hunink, Hans van Reisen, Annemarie Six-Wienen.- Budel: Damon, november 2013. 288 p. hardback met stofomslag en leeslint. ISBN: 9789460361494 € 34,90 lees verder
11 Mei 2021