Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas 07 Vreugde

Dát is echte vreugde

Bij het zingen van het alleluja

Kijk, dát is nu vreugde, mijn broeders en zusters, in het samenzijn met elkaar, in het zingen van psalmen en hymnen, in het herdenken van het lijden en de verrijzenis van Christus, en in de hoop op het toekomstige leven. Als het hopen ons al zo’n vreugde schenkt, wat voor een vreugde zal het hebben ons dan wel niet schenken? Kijk, wanneer wij ‘alleluja’ horen zingen, verandert er iets in ons, zou je kunnen zeggen. Ja, ...want is het dan niet eigenlijk alsof wij een soort voorproefje van de verheven stad Jeruzalem krijgen? Als wij nu al zo’n vreugde voelen, hoe zal het dan wel niet zijn wanneer wij te horen krijgen: ‘Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het rijk in ontvangst’, wanneer alle heiligen daar bijeen worden gebracht, en wanneer mensen die elkaar niet kenden elkaar daar voor het eerst zien en mensen die elkaar wel kenden elkaar daar terugzien? Daar zullen zij onder elkaar zijn, daar zal nooit een vriend verloren gaan, en daar hoeft nooit een vijand te worden gevreesd. Kijk, wij zingen: ‘alleluja’. Dát is goed, dát wijst op vreugde, en dát getuigt van blijdschap, van genoegen, en van zaligheid.

 

preek 229B,2 staat in Als licht in het hart 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019