Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Adv 04

De uitruil: dood tegen eeuwig leven. 
De kracht van ons geloof  


Christus is naar ons ballingsoord gekomen om te ontvangen wat hier in overvloed voorhanden is, smaad, geselslagen, vuistslagen, bespuwing in het gezicht, hoon en doornenkroon,  het kruishout en de dood. Dat alles is hier in overvloed aanwezig. Dat is de ruil die Hij wilde doen. Maar naast de vraag wat Hij hier heeft ontvangen is er ook de vraag naar wat Hij is komen brengen.
   Hij is ons komen bemoedigen, Hij is ons komen onder-wijzen, Hij is ons vergeving van zonden komen brengen. Hoon ontving Hij ervoor, kruishout en dood. Vanuit zijn hemel is Hij ons het goede komen brengen, op aarde heeft Hij het kwade doorstaan. Toch heeft Hij ons beloofd ooit daar te zullen zijn vanwaar Hij gekomen is, en wel met de woorden: "Vader, Ik wil dat zij met Mij zullen zijn waar Ik ben." Zo groot is Gods liefde voor ons: Hij is met ons geweest waar wij waren, wij zullen eens met Hem zijn waar Hij is. Wat belooft Hij daarmee de sterfelijke mens? Dat wij eeuwig zullen leven! Geloof dit! Want wat Hij heeft gedaan is op zich al meer dan wat Hij heeft beloofd! Hij is gestorven voor U, U zult leven met Hem. Het is minder eenvoudig te geloven dat een eeuwige is gestorven dan dat een sterfelijke eeuwig zal leven. Nu dan, wat het moeilijkste is om te geloven, dat bezitten wij al! Als God gestorven is omwille van de mens, zal de mens dan niet eeuwig leven met God? Zal de sterfelijke mens niet eeuwig mogen leven? Hij die eeuwig leeft is toch omwille van hem gestorven?
     Waar heeft Hij zich bekleed met de dood? In de maagdelijkheid van zijn moeder. Waar zal Hij u bekleden met het leven? In de gelijkheid met zijn Vader.

(Augustinus, Enarratio in Psalmum 148,8) zie brochure Augustijnse Beweging: Verwachting en geboorte

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019