Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Heilige helden

Een ontmoetingsdag op 25 maart 2014 met de boekpresentatie 'Stratenmakers en brugwachters" in het Catharijneconvent, De organisatie was in handen van LUCE (Tilburg University) en het Augustijns Instituut in het Catharijne Convent. 

 

Wie zijn de heiligen? 

Heilige helden zaal Catharijne convent voor het begin van de lezing

Frank Bosman (LUCE - TSCT) verwees in zijn openingswoord naar de film The incredibles, de superhelden. Zijn zij vergelijkbaar met heiligen? Nee, ze zijn wel 'extraordinary' dat wil zeggen 'buiten-gewoon'. Heiligen zijn Maria, de apostelen, de martelaren, woestijnvaders, stichters van grote ordes, mensen die dankzij hun rotsvast geloof en voorbeeldig leven soms al tijdens hun leven wonderen kunnen verrichten. Stoere hardheid is nog geen standvastigheid. Een erkende heilige is een 'gecanoniseerde' heilige; dan staat zijn of haar naam op de liturgische kalender en wordt de sterfdag herdacht.  Er zijn nog veel meer heiligen die een voorbeeld zijn voor ons, die te midden van ons leven en leefden.  

 

de sprekers: Charles Caspers, Frank Bosman, Paula Hertogh, Hans van Reisen

Heiligen, legde Charles Caspers uit (Titus Brandsma Instituut),  zijn van rijk  arm geworden, van groot klein. Meestal zijn ze in het maatschappelijk leven niet geslaagd; ze hebben  afstand genomen van alle wereldse rijkdom en macht. We bewonderen heiligen, maar we benijden ze niet (!), omdat we liever willen slagen in het maatschappelijke leven. Toch bewonderen we die mensen die hun leven hebben weggeschonken. Er zijn veel 'heiligen' die ons inspireren op onze levensweg. Maar heiligenverering is niet vergelijkbaar met geïnspireerd worden.

Heiligen zijn nooit populair geworden vanwege hun levensverhaal maar altijd als voorspreker. In de 4deeeuw ontstaat een nieuwe vorm van heiligenverering: het bezoek aan martelaarsgraven voor een smeek- of dankgebed. Men smeekt de heilige om iets ten goede te laten keren en vraagt daarbij om zijn voorspraak. Of men dankt voor de goede afloop en brengt een offer. Het vragen om voorspraak is vragen om mee te bidden, als een soort geluidsversterker. Heiligen staan nooit tussen God en de mensen in. 

Wonderen? 

Als een ramp voorkomen is, als echt gebeurt wat wij hebben gesmeekt, is dat dan een wonder? Een definitie van 'wonderen' is lastig. Bovendien is ze aan de tijd onderhevig: was vroeger een zonsverduistering een wonder, nu is dat verklaarbaar. Door de vlucht van de wetenschap kun je je afvragen of wij een bepaalde samenloop van omstandigheden nog wel als een wonder kunnnen zien. Waarom ondernemen mensen een pelgrimage? Lourdesgangers beleven hun ervaringen in Lourdes wel als wonderlijk, ook als ze niet genezen. Zij ervaren de ontmoeting met lotgenoten, het samenzijn als verzachtend, helend. Men krijgt levensruimte in de ontmoeting. Maria helpt hen hun zorgen bij God te brengen. De best bezochte bedevaartsplaats ter wereld is niet Lourdes, maar Guadeloupe waar jaarlijks ca 20 miljoen mensen de Maria van Guadeloupe vereren.

 

Van martelaarsgraven buiten de stad naar verering in de kerk


De jonge Augustinus stimuleert zijn toehoorders niet om een pelgrimsreis te ondernemen. Volgens hem vragen de graven van martelaren niet om zoveel aandacht. Niet de grafmonumenten maar de Kerk is de plaats voor de geloofsgemeenschap. De oude Augustinus is echter milder geworden en geeft meer ruimte aan het volksgeloof', aldus Hans van Reisen (Augustijns Instituut).

De verering bij de vele martelaarsgraven in Noord-Afrika nam grote vormen aan na het Edict van Milaan. In de 4de eeuw vonden er naar romeins voorbeeld jaarlijks dodenmaaltijden - dat wil zeggen drinkgelagen- plaats bij de graven, hoewel hierop een verbod was afgekondigd. Vanwege de groeiende devotie voor de martelaarsgraven en het risico op roof van het stoffelijk overschot, besloten de bisschoppen de beenderen uit het graf buiten de stad over te brengen in de stad, in de kerk, te midden van de gemeenschap. Zo laat bisschop Ambrosius in 386 de beenderen van Protasius en Gervasius opgraven. Zij worden in de basiliek in Milaan bijgezet, links en rechts van de bisschopszetel. Met deze plaatsing wordt de verering verbonden aan de eredienst. De verering van een heilige is goed voor de geloofsopbouw in de kerkgemeenschap. De Kerk beheert de beenderen, kleding of voorwerpen van de heilige of olie uit het graf. Elk altaar in de kerk bevat een relikwie waardoor het een martyrium wordt. De translatie van Protasius en Gervasius is goed gedocumenteerd, zowel door Ambrosius als Augustinus. Alleen het verslag van Augustinus draagt sporen van de publieke opinie: het visioen van Ambrosius en de spontane genezingen als de heiligen in de kerk zijn bijgezet.  

Augustinus preekt over de martelaar Stefanus (sermo 318) als de priester Eraclius in 424 een gedachteniskapel heeft laten bouwen voor de relieken van deze heilige die in 415 werden opgegraven. De kleine hoeveelheid as van Stefanus veroorzaakt indrukwekkende gebeurtenissen. Augustinus laat daarom verslagen van de genezingen maken. In het laatste boek van De civitate Dei beschrijft hij vele van deze wonderen. Overigens is dat geen beschrijving zoals Jezus wonderen verricht, maar een beschrijving in het kader van het leven in het hiernamaals.

 

Na de boekpresentatie 'Stratenmakers en brugwachters' 

Na de presentatie van het boek, van links naar rechts: 
Joop Smit, OSA; Paul Clement, OSA; Arie Akkermans, Marijke Nota-Renders; Elisabeth Ketwich-Verschuur; Jenny van de Laar (uitgeverij Damon). 
Op de foto ontbreken: Ben Bongers, Hans van Reisen 

 

Ontm. Heilige helden 03

 

 

Ontm. Heilige helden 04 

 

Ontm. Heilige helden 05

 

Ontm. Heilige helden 06

 

Ontm. Heilige helden 06

 

Ontm. Heilige helden 07

 

Ontm. Heilige helden 08

 

Ontm. Heilige helden 09       

 Het boek Stratenmakers en brugwachters 

 

Joop Smit (augustijn, Augustijns Instituut) opende met de eerste alinea uit de eerste preek van de nieuwe vertaling: 


De heilige martelaren, bloedgetuigen van God, hebben liever door te sterven willen leven dan door te leven willen sterven. Zij hebben liever uit liefde tot het leven het leven willen geringschatten dan uit vrees voor de dood het leven willen verloochenen.  (sermo 299D, p. 41)

 

Augustinus verwijst hier naar de uitspraak van Jezus: ' Wie zijn leven probeert te behouden, zal het verliezen; wie het verliest, zal het vernieuwen'. (Lc 17, 33; Joh 12,25).  Augustinus legt uit wat de betekenis van de martelaren voor ons leven kan zijn. Zijn preken zijn geen hagiografie maar stukjes  levensbeschouwing. In elke preek, bij elk heiligenfeest, verklaart hij het leven en daarmee de Schrift.   

 

Prachtige staaltjes van sterk geloof komen in de preken voorbij. Zo stelt Augustinus een zekere Paulus voor aan de gelovigen die genezen is door het aanroepen van Stefanus. De volgende dag, zo belooft hij, zal het verslag van dit wonder worden voorgelezen. Maar wanneer het een dag later in de kerk wordt voorgelezen ontstaat er tumult en Augustinus kan nauwelijks de orde bewaren. Er vindt namelijk nog een genezing plaats, nu de zus van Paulus.[S1]  Hier hebben we een ooggetuigenverslag waarbij we op de eerste rang zitten. In een andere preek is het gemor van het publiek hoorbaar wanneer Augustinus hen aanspoort  niet langer het theater te bezoeken; standvastig als een heilige pareert hij hun gemor.

Indrukwekkend is de beschrijving van het leed dat is doorstaan. Het roept bij Augustinus de vraag op: "En waar is God dan?" Vervolgens probeert hij het waarom van het kwaad te verklaren. Dat is niet echt overtuigend, maar hij gaat de vraag niet uit de weg.

 

Dit boek met preken over martelaren is het vervolg van De goede geur van Christus. In de inleiding staat dat de martelaren voor ons de weg naar Christus hebben geplaveid. Wij dienen hun voorbeeld te volgen. Zij zijn de brug al overgestoken en zij helpen ons bij onze oversteek. Daarom herdenken we feestelijk hun sterfdag, voor ons eigen heil. Zij zijn wat wij hopen te bereiken. 

 

Joop Smit sloot af met het compliment dat dit is een vertaling is geworden waarin de soms moeilijk te volgen gedachtelijn van Augustinus goed is vastgehouden. In de levendige vertalingen voel je je in de kerk van Augustinus aanwezig. Je bent deel van de dialoog tussen hem en zijn publiek. Een boek dat zich uitstekend laat lezen.

 

 

 

verslag: Ingrid van Neer-Bruggink 

 

Achtergrondinformatie bij de inleiding van Hans van Reisen: zie de inleidingen in de preekbundels over de heiligen: De goede geur van Christus en Stratenmakers en brugwachters.

 

het boek:Stratenmakers en brugwachters

 

het dossier: Heiligen in Lucepedia 

 

 
kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019