Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > V28 - Boot in de storm
zoeken
printen

V28 - Boot in de storm

Zorg dat je aan boord blijft: Augustinus over Mt 14, 24-33

 

De storm op het meer van Galiliea, Rembrandt van Rijn, ca 1633. Olieverf op doek[sermo 75, 1-2] De boot die de leerlingen vervoerde, kwam midden op het meer in moeilijkheden, omdat de wind tegenzat. (Mt 14,24- 27) Dat alles is niet zonder betekenis. Evenmin als het zonder re­den is dat de Heer, toen Hij de menigte had verlaten, de berg op­ging om in afzondering te bidden, en dat Hij, toen Hij ver­volgens over het meer naar zijn leerlingen toe wan­del­­de, zag dat ze in groot gevaar waren. Maar door bij hen aan boord te komen wist Hij hen weer gerust te stel­len en Hij kal­meer­de de gol­ven.Is het zo vreemd, dat Hij die alles heeft gemaakt, ook alles kan kalmeren? Toen hij aan boord was gekomen, kwamen er ook opvarenden bij Hem en zeiden tegen Hem:­ "Werkelijk, U bent de Zoon van God." Toen dat voor hen nog niet duidelijk was, waren ze in paniek geraakt, om­dat ze Hem over het meer zagen lo­pen. Ze rie­pen: "Een spook!" Door aan boord te komen wist Hij de woeste golfbewegingen van de geest uit hun hart weg te nemen. Geestelijk waren ze in gro­ter gevaar dan li­chamelijk op het onstuimige meer. Dat kwam doordat ze onzeker waren.

      Daar staat tegenover dat de Heer ons er in alles wat Hij doet, opmerkzaam op maakt hoe we hier moeten le­ven. Want in deze we­reld zijn alle mensen vreemdelingen, hoe­wel ze er niet al­le­maal naar verlangen om naar het va­der­land terug te ke­ren. Op zo'n reis krijgen we im­mers met woeste gol­ven en zware stormen te maken. Maar we moe­ten wel aan boord blij­ven. Want als we met een boot al in gevaar zijn, dan kunnen we het zonder boot wel ­­­vergeten. Als je in de diepe zee terechtkomt, kun je nog zulke sterke armen heb­ben, onherroepelijk komt het moment waarop je, over­wel­digd door de uitge­strekt­heid van de zee, verzwolgen wor­dt en ver­drinkt.
             Het is dus zaak aan boord te blijven, dat wil zeg­gen: we moeten ons op het hout laten vervoeren om het meer te kunnen oversteken. Het hout waarop wij, zwak­ke men­sen, ons laten vervoeren, dat is het kruis van de Heer. Daarmee worden we getekend en daardoor worden we bevei­ligd, zodat we niet worden overspoeld door de golven van ­deze wereld. We krijgen te maken met ­­woeste golven, maar Hij is God en Hij zal ons bijstaan. 

[4] Intussen wordt de boot die de leerlingen vervoert, dat wil zeggen: de kerk, hevig heen en weer geslingerd door de stormvlagen van de bekoring. Ook de tegenwind neemt niet af. De tegenwind is hier de duivel die de boot voortdurend tegenwerkt en zicht tot het uiterste blijft inspannen om te verhinderen dat die in rustig vaarwater komt. Maar de Heer die onze zaak bepleit, is belangrijker. Want … hij schenkt ons vertrouwen, door naar ons toe te komen en ons een hart onder de riem te steken, door niets anders te doen dan te voorkomen dat we door onze eigen onrust overboord slaan en te water raken. Want ook al is de boot in moeilijkheden, het is en blijft een boot…. zonder boot zou het meteen afgelopen zijn geweest. Zorg dus dat je aan boord blijft en bid tot God. … Hij zorgt ervoor dat de opvarenden van de boot de haven bereiken. …

      [5] Om kort te gaan, broeders en zusters: op die boot is er alleen maar sprake van totale verwarring als de Heer er niet is. Is het voor ons die deel uitmaken van de kerk, mogelijk dat de Heer er niet is? Wanneer mag dat dan wel zijn? Dat gebeurt als wij overwonnen worden door begeerte. ... Zolang Christus er nog niet is, wordt iedereen heen en weer geschud door zijn eigen onstuimigheid, zijn eigen ongerechtigheden en zijn eigen begeerte. … U wordt meegevoerd op de golven van uw hebzucht en u loopt gevaar in de storm die ontketend is door uw begeerte. U dreigt te verdrinken alsof Christus er niet is.  …  

     [6] Wat moeten we er niet beducht voor zijn dat de boot uit de koers raakt en terugvaart. Dat gebeurt als we alle hoop op hemelse beloningen verloren hebben en ons – doordat de begeerte ons uit de koers slaat – naar zichtbare en vergankelijke dingen wenden. … Het hart van de mens kent vele gedachten. Als Christus er niet is, wordt de boot door de onstuimige golven van deze wereld en door vele stormen in moeilijkheden gebracht.

     De volledige preek (sermo 75) staat in Van aangezicht tot aangezicht. Augustinus opent deze preek met: de lezing uit het evangelie (Mt 14,24-23) maakt ons allemaal opmerkzaam op het feit dat we nederig moeten zijn en dat we goed moeten beseffen en erkennen waar we zijn, en in welke richting we ons moeten haasten

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019