Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Allerheiligen en Allerzielen

In het licht van de herfst bezoeken talloze mensen op de kerkhoven de graven van hun geliefden. Zerken worden geschrobd, vazen met verse bloemen gevuld en in heel wat streken is het gebruik om het tanende daglicht te verzachten met een lichtje op het graf. En onderwijl denkt men aan de gestorvene of bidt men voor de overledene om eeuwige rust en vrede.

Wie naast de zorg bij het graf en de aandacht voor de gestorvene deze herfsttijd ook eens wil kleuren met verdieping van het eigen geloof en inspiratie voor de eigen ziel, raden we aan om alleen of samen met anderen kennis te nemen van Wat kunnen wij voor de doden doen? een pastorale beschouwing van de bekende kerkvader Augustinus. Zie: Wat kunnen wij voor de doden doen [De cura pro mortuis]


In preek 67 gaat Augustinus dieper in op de levende doden, dat wil zeggen de mensen die zondigen. De vergelijking tussen zondig zijn en dood zijn maakt Augustinus aan de hand van het woord "belijden" wanneer Jezus tegen de Vader zegt : “Ik belijd” (Mt 11,25). Belijden, concludeert Augustinus, is dus duidelijk niet alleen maar ‘je schuld belijden’. Als dat zo was, had Jezus dat woord nooit kunnen gebruiken. Nee, het kan ook 'je dank belijden’ zijn, iets wat je tot uitdrukking kunt brengen door God te prijzen. En dat is precies wat Jezus doet. Het is dan ook de bedoeling dat de mensen zijn voorbeeld gaan volgen. Doen ze dat ook, dan zullen de beide op het eerste gezicht tegenstrijdige betekenissen ineens allesbehalve tegenstrijdig blijken. “Welbeschouwd is jezelf terechtwijzen hetzelfde als Hem prijzen”, zegt Augustinus (sermo 67,2). Je schuld belijden is dus niets anders dan je dank belijden. Hoe dat kan? Als zondig zijn hetzelfde is als dood zijn, moet het niet- zondig-zijn leven zijn, en betekent je schuld belijden dus levend worden. “Je was dood, maar bent weer levend geworden”. Augustinus beroept zich op een tekst uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach: “Bij een dode, die is alsof hij niet bestaat, verstomt het belijden (Sir 17,28). En als het belijden verstomt bij een dode, kan iemand die belijdt, niet dood zijn”. Het is zo helder als de dag: wie zijn schuld of zijn dank belijdt, leeft.   

 

Zie 
voor meer citaten rond allerzielen Liturgischjaar > Allerzielen

Augustinus' uitleg Wat kunnen wij voor de doden doen [De cura pro mortuis]
voor  andere tekstfragmenten Augustinus > Citaten

kleiner A  -  A groter
Sitemap

 



Snel naar de preekbundels:

Schatkamer van het geloof -
(sermones 1 - 50)

Van aangezicht tot aangezicht -
(sermones 51 - 94) 

Als korrels tussen kaf 
(sermones 94A -116 + 367) 

De weg komt naar u toe 
(sermones 117 - 147A + 368) 

Wijsheid van leerlingen  
(sermones 148 -150) 

Leven in hoop
(sermones 151 -162B) 

Geloof is het begin 
(sermones 162C - 183) 

De goede geur van Christus 
(sermones 272 - 299C)

Stratenmakers en brugwachters
(sermones 299D-335M)  

Geef mij te drinken
(Verhandelingen 1-23
Johannesevangelie) 

Brood om van te leven
(Verhandelingen 24-54
Johannesevangelie)


Bloemlezingen: 

Voedsel voor de ogen

Als licht in het hart (1)

Als lopend vuur (2)

Twintig preken / vert. Wijdeveld

Carthaagse preken / vert. Wijdeveld

Preken voor het volk / vert. Mohrmann

 

Tekstfragmenten
citaten Augustinus: 
 

Webarchief - Liturgisch jaar 

Webarchief - Thematisch 

Publicaties - Augustinus aan het woord 

Augustinus' leven - Citaten 

 

21 Mei 2019