Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Publicaties > Rechterkolom eigen publicaties
zoeken
printen

Rechterkolom eigen publicaties

Charisma: gemeenschap

Charisma : gemeenschap als plaats voor de Heer / Tarsicius Jan van Bavel, OSA.- Heverlee-Leuven : Augustijns Historisch Instituut, 2000 . - 186 p. ; 25 cm.  ISBN: 90-74829-08-2
Dit boek vormt de toelichting bij het tekstboek 'Ooit een land van kloosters'. 


Iedereen heeft met gemeenschap te maken. Men kan zich afvragen of een goede gemeenschap opbouwen niet de moeilijkste en zwaarste opdracht is voor de mens. Ook bij de eerste christenen vinden we een idealistische poging om een geïnspireerde gemeenschap te vormen in Jeruzalem. Die gemeenschap is later het model gaan vormen voor kloostergemeenschappen. Toch kan men de vraag stellen of bijvoorbeeld ook gehuwde christenen uit dat model inspiratie kunnen putten.

Het is altijd weer verwonderlijk dat bij Augustinus gemeenschap zo'n overheersende rol speelt. Vele andere aspecten van menselijke verhoudingen moeten daarom naar de achtergrond wijken. Goede relaties met anderen kunnen openbloeien tot vriendschap. Goede persoonlijke relaties vragen al veel christelijke ascese. Zo lopen de vele verschillende lijnen van geestelijk leven en spiritualiteit samen in één punt: liefde. Wie meent dat dit ideaal te hoog gegrepen is, mist een groot deel van de vreugde die het leven te bieden heeft. De liefde, ook al is ze niet volmaakt, is toch een bron van blijdschap.

Tarsicius Jan van Bavel, Augustijn, is emeritus professor aan de KV Leuven waar hij voornamelijk christologie en Latijnse patrologie doceerde. Hij vertaalde een aantal belangrijke werken van Augustinus en publiceerde toegankelijk geschreven boeken over Augustinus en augustijnse spiritualiteit.

 

Uit de inleiding:

Iedereen is tot gemeenschap geroepen. Dat blijkt al door het feit dat men geboren is en een bepaalde nationaliteit bezit. Voor een christen blijkt het door het feit van het doopsel. Maar niet iedereen is tot eenzelfde type van gemeenschap geroepen. Mensen proberen gemeenschap te vormen, hetzij op school, in een jeugdbeweging, een club, een kerk, een huwelijk, een gezin of een klooster, enzovoort. Daarbij zal het steeds gaan om het opbouwen van relaties. De aard van die relaties kunnen heel verschillend zijn naargelang het type gemeenschap dat men nastreeft. Dat gaat van oppervlakkig naar intens, van beperkt tot een bepaald gebied tot meer ingrijpend in iemands persoonlijkheid, van een gezamenlijke belangstelling voor iets tot een overgave die de hele persoon opeist, van kameraadschap naar vriendschap. Er zijn talloze schakeringen mogelijk. Wanneer ik dit boekje de titel geef: charisma: gemeenschap, dan heb ik daarmee vooral hen op het oog die de opbouw van een goede gemeenschap als hun charisma kiezen en zich daarvoor willen inzetten.

Het is goed eerst even stil te staan bij het woord "charisma". Een charisma is een door God welwillend geschonken gave, of met andere woorden: een Geestesgave. Het gaat dus om een genadegave, meestal niet in materiële zin, maar in geestelijke zin, en persoonlijk aan een christen gegeven. Natuurlijk is Gods roeping voor alle mensen fundamenteel dezelfde: liefde tot God en liefde tot de evenmens als tot onszelf. Toch zal men die roeping op vele manieren beleven, afhankelijk van eigen karakter en persoonlijkheid. Iedereen bezit eigen gaven. In Paulus' visie staat de opbouw van de gemeente helemaal in het teken van de heilige Geest die vrij werkt in alle leden van de gemeenschap. Door de verscheidenheid van de ons geschonken gaven ontstaat er ook een grote verscheidenheid van taken en opdrachten binnen de christelijke gemeenschap. We kunnen dit vergelijken met de vele verschillende organen binnen het menselijk lichaam. De Geest maakt de gemeenschap tot een levend gebeuren. Het is de Geest die ons allen tot Lichaam van Christus maakt en die tevens het beginsel van eenheid is tussen velen. In 1 Kor. 12,4-12 lezen we: "Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest ... Aan ieder wordt de openbaring van de Geest meegedeeld tot welzijn van allen. Aan de een wordt een woord van wijsheid gegeven, aan een ander een woord van kennis krachtens dezelfde Geest, aan een derde door dezelfde Geest geloofskracht, aan weer anderen schenkt de ene Geest gaven om ziekten te genezen, om wonderen te doen, de gave van profetie, van onderscheiding der geesten, velerlei taal of de vertolking ervan. Maar alles is het werk van een en dezelfde Geest die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. Het menselijk lichaam vormt ondanks de verscheidenheid der ledematen één geheel. Alle ledematen, hoe vele ook, maken tezamen één lichaam uit. Zo is ook de Christus".

In deze tekst zien we een brede waaier van charisma' s naar voren komen. Een charisma houdt in: een kenmerkende wijze van bestaan, een eigen zending en spiritualiteit, een eigen stijl van broederlijk of zusterlijk samenleven. De spiritualiteit van het evangelie is te veelomvattend en te rijk om door één persoon of één groep in haar geheel beleefd te worden. Daarom is het een kenmerk van iedere spiritualiteit dat ze zich richt op één kernpunt, waarrond men het leven organiseert. Zich richten op alle evangelische waarden tegelijk zou onmogelijk zijn; bijvoorbeeld, iemand die actief met de zorg voor anderen bezig is, is niet in staat de dagorde en het gebedsritme van een contemplatief te volgen. Wat meteen opvalt is dus de rijkdom die volgt uit het feit dat ieder charisma een concentratie is op een bepaalde bijbelse en evangelische waarde, met andere woorden een bepaalde interpretatie van het mysterie van Christus. Die concentratie kan zich richten op contemplatie, bezinning, gebed, de lof van God, eenvoud van leven, het beleven van de woestijnervaring, armoede, de verkondiging van Gods woord, de opbouw van alternatieve gemeenschapsrelaties, vrijheid voor apostolische activiteiten, de hereniging van gescheiden christelijke kerken, de bekommernis en inzet voor gemarginaliseerden, de opvang van vluchtelingen, van jongeren, zorg voor daklozen, zieken, en stervenden, enzovoort. Al die verschillende charisma's liggen ook aan de basis van het eigen karakter of de eigen identiteit zowel van afzonderlijke christenen als van christelijke gemeenschappen. De vele charisma's zijn niet noodzakelijk een bron van verdeeldheid, beslotenheid en eenkennigheid. Het eigen karakter duidt eerder op aanvulling en verrijking. Augustinus sluit Benedictus niet uit, Franciscus sluit Ignatius niet uit, Angela Merici sluit Catharine de Hueck niet uit. Er zijn vele woningen in het Rijk van God.

Charisma's zijn gegeven aan de kerk als geheel. Ze zijn een vruchtbaar zaad binnen het hele kerkgebeuren. Ook leken kunnen er voor kiezen als persoonlijke inspiratie voor zichzelf of voor hun gezinsleven. Hun concrete levensomstandigheden zullen evenwel de wijze en de vorm van de beleving ervan bepalen.

Ik heb gezegd: gemeenschap als charisma. Daarbij geef ik er mij rekenschap van dat ook gemeenschap een heel breed en abstract begrip is. Onder gemeenschap wens ik dan te verstaan: diepere interpersoonlijke relaties, omdat ik die voor de mensheid en de wereld als geheel onontbeerlijk vind. Ik bedoel hier niet en zeker niet in de eerste plaats gemeenschap als vehikel of uitgangspunt voor andere activiteiten en doelstellingen zoals in het verleden vaak gebeurde, maar gemeenschap als een waarde op zich. Daarmee wil ik de waarde van andersoortige relaties helemaal niet ontkennen; ze vormen wellicht het merendeel van onze relaties, maar ze zijn ook gemakkelijker tot stand te brengen dan echt persoonlijke relaties.

Men zou kunnen zeggen: een geslaagde gemeenschap is een teken van de glorie van de mensheid, het mislukken van gemeenschap is een bron van ellende en pijn. Een geslaagde gemeenschap heeft de kwaliteiten van de liefde: vreugde, vrede, troost, steun, sterkte, bemoediging. Natuurlijk, de realisering van relaties kent ook eigen moeilijkheden, spanningen en conflicten. Het is nu eenmaal zo dat ieders persoonlijkheid anders is, met eigen gevoelens, ervaringen, overtuigingen, cultuur, verwachtingen, ideeën, keuzes, noden en waarden. De spanning tussen mijzelf en de ander (of de groep) kan zich uiten in egoïsme, trots, uitbuiting of afbrekende kritiek. Zo'n spanningen mag men niet als abnormaal beschouwen, want ze vormen een natuurlijk onderdeel van de wisselwerking tussen mensen. Ze mogen echter niet zuiver negatief of frustrerend blijven. Ze kunnen een positieve betekenis krijgen wanneer ze bijdragen tot persoonlijke groei en tot diepere vreugde in het samenleven met anderen.

Ook al is dit boekje in de eerste plaats gericht tot religieuze gemeenschappen die leven volgens de geest van Augustinus, geen enkel ogenblik is het brede perspectief van diepere, algemene menselijke relaties afwezig. Het kan trouwens niet anders, want religie veronderstelt gezonde en goede menselijke relaties. Religie zweeft niet boven mensen, maar krijgt gestalte in mensen; het religieuze moet zich incarneren, vlees en bloed worden in mensen.

INHOUDSOPGAVE
Inleiding
I. De gemeenschap van Jeruzalem en de geschiedenis van het religieuze leven
1. Enkele exegetische notities bij de beschrijving van de gemeente van Jeruzalem in de Handelingen van de apostelen
2. De gemeenschap van Jeruzalem en het religieuze leven 
  a) Handelingen 4,32 tnr. in het oude monnikendom
  b) Augustinus' interpretatie van Handelingen 4,32 vv.
  c) De theologische achtergrond van de communautaire interpretatie 

II. Augustinus' visie op vriendschap
1. Wat is vriendschap?
  a) Overeenstemming
  b) Welwillendheid
  c) Wederkerige liefde
2. Eigenschappen van de vriendschap
  a) Trouwen geloof in de liefde
  b) Waarachtigheid en waarheidsliefde
  c) Vleierij, achterdocht en hoogmoed
3. Vruchten van de vriendschap
  a) Eenheid, gemeenschap en gelijkheid
  b) Vertrouwelijkheid, openheid en schroom
4. De diepere grond van de vriendschap
  a) Sociale natuur van de mens  
  b) Vriendschap beperkt, en toch open
  c) Genietende liefde
  d) Vriendschap met de zwakkeren
  e) God als grond van de vriendschap
  f) Grenzen van de vriendschap
  g) Vrienden liefhebben in God 

III. Gemeenschap in het perspectief van Augustinus
1. De gemeenschap van Jeruzalem als model
 2. Gemeenschap en gemeenschap is twee
  a) Gemeenschap en liefde
  b) Voorrang van de naastenliefde
  c) Leefgemeenschap is levensgemeenschap
3. Gemeenschap en persoon
  a) Vrijheid is meer dan onafhankelijkheid
  b)Naar rechten voor de gemeenschap
4. Gemeenschap en vriendschap
5. Gemeenschap tussen ideaal en werkelijkheid
6. De drie geloften in het licht van gemeenschapsleven 

IV. Gemeenschap als vuuroven
1. Gemeenschap overschatten - gemeenschap onderschatten
2. Gemeenschap als verrijkende genade
3. Liefde als grondslag van de gemeenschap
4. De bekoring om de last van gemeenschapsleven te ontvluchten
5. Gemeenschap betekent dienst bewijzen
6. Waarin bestaat het welzijn van de naaste?
7. Gelijkheid en onpartijdigheid
 

V. Overwegingen voor de opbouw van een gemeenschap
1. Grote of kleine groep?
2. Communicatie
3. Te overwinnen hindernissen om tot communicatie te komen
   a)De beelden waarmee wij leven
   b) Angsten
   c) Verdedigingsmechanismen
4. Het gesprek
  a) De macht van de taal
  b) Voordelen van een gesprek
  c) Spreken als risico dat moed vraagt
  d) Irritatie en vergiffenis schenken
  e)Actief luisteren

VI. Vragen die men zich moet stellen
1. Hoeveel delen wij in elkaars geloof?
2. Zijn wij in staat een dieper gesprek met elkaar aan te gaan?
3. Hebben wij een gemeenschappelijke benadering van het apostolaat?
4. Is er een goede balans tussen ons persoonlijk leven en het leven in gemeenschap?
5. Verdragen wij het lid te zijn van een onvolmaakte gemeenschap?
6. Spannen wij ons in om onze stemmingen te beheersen?
7. Vertrouwen wij een ander voldoende zodat wij het risico durven nemen om onszelf mee te delen?
8. Hebben wij duidelijke verwachtingen van elkaar?
9. Geloven wij in de waarde van gemeenschap?
10. Is onze gemeenschap een open gemeenschap die genoeg vrijheid laat aan de persoon?
11. In welke mate bevestigen wij anderen?
12. Willen wij van anderen iets ontvangen?
13. In hoever draag ik de lasten van een ander?
14. Waar staan wij in de worsteling tussen traditie en nood aan vernieuwing?
15. Hebben wij angst voor de toekomst?

Indices
Inhoudsopgave

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap

 



Snel naar de preekbundels:

Schatkamer van het geloof -
(sermones 1 - 50)

Van aangezicht tot aangezicht -
(sermones 51 - 94) 

Als korrels tussen kaf 
(sermones 94A -116 + 367) 

De weg komt naar u toe 
(sermones 117 - 147A + 368) 

Wijsheid van leerlingen  
(sermones 148 -150) 

Leven in hoop
(sermones 151 -162B) 

Geloof is het begin 
(sermones 162C - 183) 

De goede geur van Christus 
(sermones 272 - 299C)

Stratenmakers en brugwachters
(sermones 299D-335M)

Huis van barmhartigheid
(sermones 336-358)

Bidden met je handen
(sermones 358A-396) 

Geef mij te drinken
(Verhandelingen 1-23
Johannesevangelie) 

Brood om van te leven
(Verhandelingen 24-54
Johannesevangelie)

in voorbereiding
(september 2020) 
Augustinus over de psalmen. Enarrationes 110-117


Bloemlezingen: 

Voedsel voor de ogen

Als licht in het hart (1)

Als lopend vuur (2)

Twintig preken / vert. Wijdeveld

Carthaagse preken / vert. Wijdeveld

Preken voor het volk / vert. Mohrmann

 

Tekstfragmenten
citaten Augustinus: 
 

Webarchief - Liturgisch jaar 

Webarchief - Thematisch 

Publicaties - Augustinus aan het woord 

Augustinus' leven - Citaten 

 

25 Juni 2020