Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > C15 Indecent Proposal?
zoeken
printen

C15 Indecent Proposal?

Ongeveer vijftig jaar geleden gebeurde er iets opmerkelijks in Antiochië ten tijde van Constantius II (keizer in 324-361). Acindinus, die ook consul is geweest, was toen prefect. Die Acindinus eiste van iemand een pond goud, omdat die dat was verschuldigd aan de keizerlijke schatkist. Waarom hij zo verstoord was weet ik niet, maar hij deed iets waarvan een grote dreiging uitgaat bij dat soort machthebbers, aan wie zonder meer alles geoorloofd is, of beter: die denken dat alles hun geoorloofd is. Hij dreigde onder ede en verzekerde met grote stelligheid dat de ander ter dood zou worden gebracht, indien die niet op een door de prefect bepaalde dag, het voornoemde goud zou afdragen. Terwijl de ongelukkige op gruwelijke wijze gevangen werd gehouden en de schuld niet kon voldoen, kwam de geduchte dag dreigend naderbij. Nu had hij een beeldschone vrouw, maar zij bezat geen geld om haar man daarmee te helpen. Er was ook een rijk man. Die was vanwege de schoonheid van de vrouw in liefde voor haar ontvlamd. Hij had vernomen dat haar man in gevaar verkeerde. Hij liet aan haar beloven dat hij het pond zou geven, als zij één nacht met hem wilde doorbrengen. Omdat zij wist dat niet zíj de beschikking had over haar eigen lichaam maar haar man, liet zij hem berichten dat zij bereid was dat voor haar man te doen. Maar op deze voorwaarde: haar man die de beschikking had over het lichaam van zijn vrouw en aan wie zij heel haar zuiverheid verschuldigd was, zou ermee in moeten stemmen dat het werd gedaan om zijn leven te redden. Want het ging over iets dat hem toebehoorde. Haar man was dankbaar en gaf opdracht het te doen. Hij dacht echt dat het geen overspelige omgang was omdat er geen greintje wellust in het spel was. Integendeel, haar grote liefde voor haar man vroeg het van haar: híj wilde het en gaf er opdracht toe.
De vrouw ging naar het huis van de rijke man en deed wat de wellusteling wilde. Maar haar lichaam gaf zij alleen aan haar echtgenoot. Die verlangde niet zoals gewoonlijk bij haar te liggen, maar wel het leven met haar te delen. Zij ontving het goud. Maar hij die het gaf, nam op slinkse wijze weg wat hij had gegeven en verving het door eenzelfde soort doek met grond erin. Toen de vrouw al weer thuis was, ontdekte ze het. Ze rende de straat op om uit te schreeuwen wat ze had gedaan uit liefde voor haar man, dezelfde liefde die haar ertoe had gedreven om het te doen. Ze stoort de prefect, doet alles uit de doeken en laat zien hoe ze is bedrogen.Toen verklaarde de prefect allereerst zelf schuldig te zijn, omdat het door zijn dreigementen zover was gekomen. Vervolgens kondigde hij af, alsof hij een vonnis over iemand anders uitsprak, dat uit het bezit van Acindinus een pond goud in de schatkist moest worden gestort en dat de vrouw moest worden aangesteld als eigenares van het stuk grond waaruit ze grond had ontvangen in plaats van goud.
Ik ontleen aan dat verhaal geen enkel argument, niet voor en niet tegen. Ieder mag ervan denken wat men wil. Het verhaal is immers niet afkomstig uit gezagvolle bronnen. Maar toch, nu het verhaal is verteld, verwerpt het gezond verstand wat die vrouw is aangedaan, niet zó erg als we er eerst van gruwden toen het onderwerp zonder enig voorbeeld aan de orde werd gesteld.

Augustinus / De sermone Domini in monte 1,50
in : Het huis op de rots: verhandeling over de bergrede [De sermone Domini in monte] . - Budel, 2004 . - p. 96. Alle Publicaties 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
Het huis op de rots: Verhandeling over de bergrede
Het huis op de rots: Verhandeling over de bergrede [De sermone Domini in monte] / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Leo Wenneker en Hans van Reisen. - 232 p. - 4de dr. Budel: Damon,2012. - ISBN: 978-90-5573-579-2 € 29,90. hb lees verder
21 Mei 2019