Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
Augustijns Instituut > Webarchief > Artikelen > C02 God is mens geworden
zoeken
printen

C02 God is mens geworden

God is mens geworden: kerstmis


[1] Heden is ons de Heiland geboren en daarom is heden voor de gehele wereld de ware zon opgegaan. God is mens geworden zodat de mens God kon worden. Om de slaaf zich tot de Heer te laten keren, heeft de Heer het bestaan van een slaaf aangenomen. De Bewoner van de hemel heeft op aarde gewoond zodat een aardbewoner, de mens, in de hemel kon wonen. Geboren is ons dus de Heiland. De vrucht van de verstoten wet werd geboren en zag het licht; eeuwig geboren uit de Vader, eenmalig uit de moeder. Wij hebben immers gehoord over twee geboorten van onze Heer Jezus Christus: allereerst een goddelijke en vervolgens een menselijke geboorte. Maar beide zijn zo wonderlijk dat bij de ene geboorte de rol van de moeder, bij de andere de rol van de vader afwezig was. De ene geboorte van Hem is eeuwig: zo kon Hij de geboorten in de tijd scheppen. De andere geboorte van Hem is in de tijd: zo zou Hij de oorzaak zijn van de geboorten in eeuwigheid.

Van de ene kant was Hij in de gestalte van God aan de Vader gelijk en van de andere kant in de gestalte van een slaaf aan de Vader onderworpen. De Schepper van de tijd is geboren in de tijd. Hij is zo klein geworden dat Hij door een vrouw ter wereld werd gebracht. Toch bleef Hij zo groot dat Hij niet werd afgescheiden van de Vader.
Over die geboorten getuigen dan ook twee evangelisten aan het begin van hun evangelie. De ene zegt immers over de goddelijke geboorte het volgende: \"In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God Dti was in het begin bij God. Alles is door hem geworden en zonder Hem is niets geworden.\" Over de menselijke geboorte spreekt ee andere evangelist als volgt: \"Geslachtslijst van Jezus Christus, zoon van David.\"

Vandaag is het de geboortedag van de Heer, dit is de dag van die tweede geboorte. Laten wij jubelen en daarover juichen. En het is niet zonder betekenis dat vandaag, nu de dagen lengen, het licht groeit. Want op deze dag is het ware licht voor de mensen gekomen. Terecht geeft de dag dan ook meer ruimte aan de baan van de zon nu die ons Hem heeft gebracht, door wie wij van de duisternis van de dood zouden worden bevrijd. Zijn komst hebben de profeten aangekondigd als lantaarns die voorafgingen aan de opkomst van het licht. Zij zijn vooruitgelopen op de dag van zijn opgang en zij maakten in zeer heldere godsspraken de wondertekenen bekend die Hij later in eigen persoon zou verrichten.
Het was toch heel goed dat men zijn komst aankondigde. Dan hoefde men na zijn komst niet te twijfelen. Daarom heeft onze God hier als mens tussen de mensen verkeerd. Hij verscheen immers als mens voor hen die Hem alleen met de ogen zagen: Hij verscheen als God voor hen die begrepen. Aan hen die vol bewondering naar Hem opzagen, liet Hij een mens zien. Zij die in Hem geloofden, werden God in Hem gewaar. Het zien van zijn zwakheid heeft zwakke mensen genezing gebracht. Het aanschouwen van zijn goddelijkheid vraagt sterke mensen.

[2] Ik verzoek u dringend, lieve mensen, nauwkeurig te bezien hoe groot dit geheim van de waarheid is. Om mensen te redden had Hij de wet gegeven en profeten gezonden. En omdat deze middelen om kwalen te genezen al vooraf waren gegaan, wilde God zichzelf aanbieden aan de mensen tot hun heil. De mensen konden echter God niet zien in zijn eigen wezen. Toch mochten de mensen hun hoop niet stellen op iemand die alleen maar mens was. Wat moest er nu dus gebeuren? Een mens mochten zij niet volgen. Een mens die men kon zien, mochten zij niet volgen: ze moesten God volgen die men niet kan zien. Om nu aan de mensen iemand te geven die door de mensen kon worden gezien en die de mensen mochten volgen, is God mens geworden. ...

Augustinus\' sermo 371,1 in: Als lopend vuur p. 199-200 zie Alle publicaties

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019