Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Ker05

Zing voor de Heer een nieuw lied!

Een van de bijbelliederen die een prominente plaats hebben in de kerstliturgie, is Psalm 96 (95). In de binnenstad van Eindhoven zingen we in de kerstnacht een eenvoudige versie. Dat gebeurt nog in de poëtische vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde en op een ingetogen toonzetting van Herman Strategier (Gezangen voor Liturgie Ps 96-1). Hoe lang zal het nog duren voordat de verworvenheden van de Nieuwe Bijbel Vertaling in hedendaagse liturgische muziek zijn verwerkt?
Eigenlijk zou de hele psalm het verdienen om gezongen en overdacht te worden: de tekst getuigt van een feestelijke eredienst in de joodse tempel, waarmee de hele schepping op aarde instemt. Van de dertien psalmverzen klinken er in de gebruikte toonzetting welgeteld vier, de verzen 1-2 en 8-9. De officiële Romeinse liturgie is vanouds bondig en kort. Ook de kerstnachtliturgie blinkt daarin uit. Je hoeft de vele gasten die éénmaal per jaar een kerk bezoeken, ook weer niet te lang op te houden...
Misschien openen de beginverzen van de psalm wel het zicht op de tekst als geheel: "Zingt nu de Heer een nieuw lied, zingt de Heer, aarde alom; zingt de Heer, zegent zijn naam, dag op dag verkondigt zijn heil." Wie verschillende moderne Nederlandse vertalingen met elkaar vergelijkt, bespeurt direct belangwekkende verschillen. Daaruit blijkt hoe vertalers blijven worstelen om de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst in klinkend Nederlands om te zetten.
Het verband dat christenen leggen tussen deze psalmtekst en de kerstviering dateert niet van vandaag of gisteren. Augustinus maakt er al gretig gebruik van. In een kerstpreek leest hij de uitdrukking "dag op dag" als verwoording van "licht uit licht" zoals in de klassieke geloofsbelijdenis is overgeleverd. En daartoe leest hij in het Latijn net zo speels als in Nederlandse vertaling noodzakelijk is: "Wie anders is deze 'dag op dag' dan de Zoon uit de Vader, licht uit licht?" Vader en Zoon worden hier dus allebei 'dag' genoemd. "De ene dag is verwekker van de dag die vandaag uit de maagd geboren werd," aldus Augustinus. "Die dag kent opgang noch ondergang. God de Vader noem ik 'dag'. Want Jezus zou niet de dag uit de dag zijn, als ook de Vader niet de dag was. Wat is dag anders dan licht? Niet het licht voor de ogen van het lichaam, niet het licht dat mensen en dieren met elkaar gemeen hebben, maar het licht dat voor engelen straalt, het licht dat harten zuivert wanneer we ernaar kijken. Voorbij gaat immers deze nacht waarin wij nu leven, waarin voor ons de Schriften als lichten ontstoken worden. En komen zal waarover in een andere psalm wordt gezongen: "In de morgen zal ik bij U zijn en U aanschouwen." (Ps 5,5) Ook in die psalm leest Augustinus dus weer de nieuwe dag als verwijzing naar God. (Sermo 189,1).

tekst: Hans van Reisen
literatuur: Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar / Augustinus; ingeleid door Martijn Schrama O.S.A.; vertaald en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama, Anke Tigchelaar en Paul Wammes. - Baarn: Ambo, 1996. - 295 p. - ISBN 90 263 1390 X met name p. 31.

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019