Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Ker03

Van stilleven tot leven


“Ik wil de herinnering oproepen aan het Kind, dat in Betlehem is geboren, en zo goed mogelijk met eigen ogen de pijnlijke en behoeftige omstandigheden zien, waarvan het, toen het nog maar net was geboren, al te lijden had. Ik wil zien, hoe het daar in een kribbe op stro lag tussen een os en een ezel.” Met deze woorden legde Sint Franciscus (1182 - 1226) het fundament voor de Kerststal, het stilleven dat ons tot op de dag van vandaag de geboorte van Jezus concreet voor ogen stelt, in de Kersttijd bij de mensen thuis, en het hele jaar lang in de kerk, waar kunstenaars uit alle tijden het, de één nog mooier dan de ander, hebben uitgebeeld. De imperatieve woorden van Franciscus worden aangehaald door zijn biograaf, Thomas van Celano (ca. 1200 - ca. 1255), één van zijn leerlingen. Franciscus’ omgeving liet er geen gras over groeien, meldt Thomas, en toen de Kerstdag was aangebroken kwamen er van overal mensen naar het tableau vivant kijken. “Het was een van juichen en jubelen vervulde nacht. Gods heilige stond voor de kribbe, telkens zuchtend uit diep medelijden, maar ook doorzinderd van een wonderlijke blijheid.” De in de Schrift tot tekst gestolde Kerstnacht was tot leven gekomen. Franciscus’doel was bereikt.

In de schrift informeren twee evangelisten ons over de geboorte van Jezus: Matteüs en Lucas. Matteüs vertelt eerst over de boodschap van de engel (Gabriël?) aan Jozef (Mt 1,20-23), en laat dan simpelweg weten dat Jezus is geboren (Mt 1,25). Lucas heeft meer woorden nodig. Hij doet eerst verslag van de boodschap van de engel Gabriël aan Maria (Lc 1,26-38), en weidt dan verderop uit over de geboorte van Jezus en de omstandigheden waarin die plaatsvond (Lc 2,1-7). De boodschap van de engel is zowel bij Jozef als bij Maria gebaseerd op een vers uit de profeet Jesaja: “Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen” (Js 7,14). Dat was namelijk de profetie die moest worden vervuld (Mt 1,22), en die met de geboorte van Jezus ook is vervuld. Het verhaal van de herders, die van de geboorte op de hoogte worden gesteld door een engel, is te vinden in Mt 2,1-12, dat van de drie wijzen, die de toedracht te weten komen door een ster, in Lc 2,8-20.

Ziehier de basisingrediënten voor de inrichting van de Kerststal, die door Franciscus werd bedacht en die tot op heden in menig huis en in menige kerk onder de fraai versierde en verlichte Kerstboom staat: het Kind in een kribbe, tussen zijn moeder Maria en zijn voedstervader Jozef, een paar herders met een paar schapen, soms zelfs een herdershond, en verderop (want van verderaf komend) de drie wijzen met hun geschenken. Onder de balken van het dak een engel, boven het dak een ster. Meestal staan de os en de ezel, afkomstig uit Js 1,3, er ook nog bij. Een prachtig stilleven.

Uiteraard is het goed bedoeld, allemaal, en volkomen in lijn met de wijze waarop men in vroeger tijd leerde en onthield, namelijk aan de hand van visuele voorstellingen. Dat had Franciscus goed gezien. Goed bedoeld, maar toch niet geheel zonder gevaar. Waarin schuilt dat gevaar? In de verstarring, die mogelijk optreedt. Verstarring kan het de mensen moeilijk maken om de werkelijke, dynamische boodschap van de Kerstverhalen te onderkennen: de geboorte van God als mens op aarde. Augustinus (354 - 430) zal het in zijn Kerstpreken dan ook niet nalaten om te wijzen op wat de evangelist Johannes zegt: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14). Daarmee wijst hij op de dubbele natuur van Christus: Hij is tegelijk God en mens. God is Hij voor eeuwig, mens wordt Hij daarnaast voor een bepaalde tijd. Waarom Hij dat doet? Om de mensen een voorbeeld te geven van hoe ze zich nederig moeten gedragen. Want dat is de voorwaarde om later samen met Christus de weg naar omhoog te kunnen maken. Dat is de werkelijke boodschap. Daarom heeft de voor ons onzichtbare, eeuwige God de voor ons zichtbare, tijdelijke mens aangenomen. De onderbouwing ontleent Augustinus vaak aan Paulus’ Christushymne in Fil 2,6-7. Geen uitweiding over Jezus’ geboorte volgens Matteüs en Lucas zonder verwijzing naar profetieën uit het Oude Testament en zonder onderbouwing aan de hand van Johannes en Paulus.

Betekent dit dat Augustinus de Kerstverhalen van Matteüs en Lucas niet optimaal gebruikt? Integendeel. Hij gebruikt ze in al zijn Kerstpreken, en ook in menige andere preek verwijst hij ernaar. Maar hij gebruikt ze slechts als inswinger, als opstapje naar de boodschap waarom het in zijn ogen werkelijk gaat. En die ontleent hij aan Johannes. En onderbouwt haar vervolgens met Paulus. Door deze verbinding van Matteüs en Lucas enerzijds met Johannes en Paulus anderzijds probeert hij elke vorm van eenzijdige belichting en dus van mogelijke verstarring ver van ons te houden. Het geboorteverhaal is pas compleet als het goed wordt ingebed.

Moge de op de verslagen van Matteüs en Lucas gebaseerde concrete Kerststal, die we thuis hebben staan, ook met het wat meer abstracte gedachtengoed van Johannes en Paulus worden verbonden. Dan is de Kerststal niet langer slechts een vertederend, maar statisch tafereeltje dat de romantische, maar verder verwaarloosbare achtergrond vormt van het copieuze Kerstdiner en de enorme berg Kerstgeschenken, maar dan wordt hij datgene, waarvoor hij is bedoeld: de dynamische inswinger van de boodschap waar het op aankomt. Dan wordt hij wat Franciscus ermee heeft bedoeld. En dan voldoet hij ook aan wat Augustinus in zijn preken heeft verkondigd. Dan komt het stilleven pas werkelijk tot leven.

Tekst: Joost van Neer
Gebruikte literatuur :
De wijsheid van Franciscus van Assisi. - Kampen / Leuven: Kok / Davidsfonds, 2000. - p. 43
Voor kerstpreken van Augustinus in het Nederlands vertaald zie:
Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / Augustinus ; vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama o.s.a., Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama o.s.a. - Baarn: Ambo, 1996. - (Ambo-Klassiek). - p. 295. - ISBN : 90-263-1390-x. - Speciaal p. 31 tm 45.
Als lopend vuur: Preken voor het liturgisch jaar (2) / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Richard van Zaalen o.f.m., Hans van Reisen en Sander van der Meijs. - Amsterdam

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019