Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Epi02

Augustinus over Epifanie: Gods vredesduif boven water

 

Sinds 2004 is zelfs in een islamitisch land als Egypte 6 januari een openbare feestdag. De herinvoering heeft daar plaatsgevonden op verzoek van de christelijke minderheid. Daarmee is een oude traditie in ere hersteld: de dag werd al in de periode vóór de christelijke jaartelling als een feestdag gezien vanwege het in januari wassende Nijlwater. De waterstroom uit het zuiden is van levensbelang voor vruchtbaar leven in de delta van deze rivier in Noord-Egypte, een gebied groter dan Nederland. Toen het christendom zich verspreidde kreeg de feestdag een christelijke duiding. Niet toevallig heeft in sommige oosterse kerken Jezus' doop in de Jordaan door Johannes op die datum een plaats gekregen. De doop van Jezus is een belangrijk thema gebleven op het feest Epifanie . In alle kerken van het oosten geldt 6 januari dan ook als de echte geboortedag van Jezus: in de betreffende evangeliepassages wordt de pasgedoopte immers direct tot Zoon van God geproclameerd (vgl. Mt 3,17; Mc 1,11; Lc 3,22 en Joh 1,34). Daarom vieren de oosterse christenen in januari 'kerstmis.' In de kerken van het westen staat Jezus' doop centraal op de zondag na 6 januari. 

Tijdens de gebeurtenis in de Jordaan gebeurt volgens alle evangelisten nog iets merkwaardigs. De hemel opent zich en Gods Geest daalt als een duif op Jezus neer (Mt 3,16, Mc 1,10, Lc 3,22 en Joh 1,32). Augustinus heeft uitvoerig aandacht besteed aan Jezus' doop door Johannes. In zijn overwegingen komen allerlei aspecten aan de orde. De meeste ervan ademen nogal een diepzinnig theologische of binnenkerkelijke sfeer. Maar een enkele keer gunt hij zijn luisteraars wat ruimte voor geestelijke ontspanning. Hij vraagt zich dan bijvoorbeeld af waarom Gods Geest als een duif moest verschijnen. Plotseling lijkt het er warempel even op of de bisschop van Hippo in zijn schaarse vrije tijd zelf duiven houdt:

"Toen de Heilige Geest op de Heer neerdaalde, móest die zich wel in de gedaante van een duif vertonen: zo kan iedereen begrijpen dat je - als je de Heilige Geest bezit - zo eenvoudig moet zijn als een duif, dat je met je broeders en zusters een oprechte vrede moet hebben. Deze vrede wordt gesymboliseerd door de duiven die elkaar kussen.. Raven kussen elkaar namelijk ook wel, maar bij hen gaat het om een valse vrede. Bij de duiven is de vrede oprecht. Niet iedereen die "vrede zij u" zegt, mag dus als een duif gelden. 

Hoe onderscheidt men nu de ravenkus van de duivenkus? Raven verwonden elkaar bij het kussen, maar verwonden ligt niet in de aard van duiven. Waar dus wonden worden toegebracht, ligt geen oprechte vrede besloten in de kus. Oprechte vrede bezitten zij, die de kerk niet verwonden. Want raven voeden zich met lijken. Dit is de duif vreemd, die leeft van de vruchten van de aarde, zijn voedsel is onschuldig. Broeders en zusters, dit is echt opmerkelijk bij de duif. Musjes zijn heel klein, en ze doden toch nog vliegen. Maar niets hiervan bij de duif. Die voedt zich zonder ook maar iets dood te maken." ( Verhandelingen over het evangelie volgens Johannes 6,4 )

Tekst: Hans van Reisen

Vertaling Hans Tevel  en Hans van Reisen 
Gebruikte literatuur

•  Verhandelingen over het evangelie volgens Johannes 6,4

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019