Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Vas07

Vasten : een aansporing tot authenticiteit

De veertigdaagse vasten is begonnen. Een eigenaardig woord, vasten. Volgens het woordenboek betekent het: niet eten. In zijn bergrede gaat Jezus op het vasten in. In Mt 6,16 zegt Hij: “Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.” Alleen de Vader, “die in het verborgene is” (Mt 6,17), mag het zien, want alleen Hij, “die in het verborgene ziet” (Mt 6,18), zal je ervoor belonen. Vasten is dus meer dan alleen maar niet eten.

Iets dergelijks had Jezus zijn leerlingen al eerder duidelijk proberen te maken in de bergrede, en wel toen Hij hen het Onze Vader had geleerd (Mt 6,5-15). Ook hier wordt de leerlingen aangeraden om te bidden tot de Vader, “die in het verborgene is” (Mt 6,6), omdat Hij, “die in het verborgene ziet” (Mt 6,6), het hun zal vergelden. Datzelfde zal Hij doen, wanneer men een aalmoes geeft (Mt 6,1-4).

In alle drie de gevallen ziet de Vader in het verborgene (Mt 6,4, 6,6 en 6,18). Hij ziet in het verborgene, en Hij is in het verborgene. Alles wat men aan goeds doet voor de mensen, doet men in feite voor de Vader. Deze wetenschap dient onze houding te bepalen. Gevraagd wordt om authenticiteit, wanneer we aalmoezen geven, bidden en vasten. Het hart moet namelijk worden gereinigd.

Zo bezien is vasten geen huzarenstukje meer, waarvoor we moeten worden geprezen, maar een vorm van opoffering. In zijn Verhandeling over de bergrede, die door het Augustijns Instituut is vertaald en onder de titel Het huis op de rots nu al aan haar derde druk toe is, becommentarieert Augustinus (354-430) in het kader van de bergrede (Mt 5-7) ook het paragraafje over het vasten (Mt 6,16-18). In de dop treffen we hier al de uitlegkundige elementen aan, die hij later in de preken en andere werken zou uitbouwen. Een aantal preken voor de vastentijd is te vinden in de bundel Als licht in het hart. Wanneer mensen geen zin hebben om niet of sober te eten en te drinken, maar dat voor het oog van de anderen niet met goed fatsoen kunnen nalaten, kunnen ze zich verlagen tot allerlei bevreemdende handelwijzen: ze gaan dure vis eten om vlees te vermijden en exotische vruchten uitpersen omdat ze geen wijn mogen! Ze houden zich dus aan de regels, formeel althans: ze eten geen vlees en drinken geen wijn... Augustinus grijpt dit alles met voelbaar enthousiasme aan om die mensen aan de kaak te stellen. Een aantal van de meest confronterende teksten zijn verzameld in de nieuwste brochure van de Augustijnse Beweging in de reeks Augustinus aan het woord: Als je vast... Gedachten voor de 40-dagentijd (www.augustijnsebeweging.nl).

In Het huis op de rots, 2,41 gaat Augustinus ook in op iets heel anders dan niet eten en drinken, en dat is: kleding. We moeten namelijk ook vasten op het gebied van onze kleding. Hierbij mogen we onze hang naar authenticiteit niet laten doorslaan, zodat ze verandert in uiterlijk vertoon. Evenmin als we ons al te mooi mogen kleden, mogen we ons al te lelijk kleden! Het eerste gebeurt wanneer we opvallen “door een overdreven opmaak van het uiterlijk, door deftige kleren of allerlei andere pracht en praal.” We vallen dan, zegt Augustinus, meteen door de mand als mensen die de wereld navolgen. Het tweede gebeurt wanneer we de ogen op ons vestigen “door een ongebruikelijke slordigheid van slonzige kleren.” Augustinus wil ons waarschuwen voor mensen die dat doen, rouwenden bijvoorbeeld. Hij gebruikt hiertoe een beeld van de wolf in schaapsvacht tegenover een van het schaap in schaapsvacht (Mt 7,15), waarin het contrast tussen inauthenticiteit en authenticiteit doorschemert. Wie noodgedwongen slordig gekleed gaat, behoort tot de laatste categorie (de echte profeten), wie indruk wil maken, tot de eerste (de valse profeten). “Een christen behoort niet met overbodige kleding de ogen van de mensen te strelen,” stelt Augustinus, “omdat de huichelaars dikwijls sober gekleed gaan en alleen het allernoodzakelijkste aanhebben, wat ze doen om de argelozen te misleiden. Ook schapen behoren hun vacht niet uit te trekken, omdat wolven die wel eens aantrekken.”

Moge ons vasten authentiek zijn! We doen het namelijk voor de Vader die in het verborgene is. Die maalt niet om uiterlijk vertoon, maar ziet in het verborgene!


Tekst: Joost van Neer
Literatuur:

•   Het huis op de rots: verhandeling over de bergrede [De sermone Domini in monte] / Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voor zien door Leo Wenneker en Hans van Reisen. - Amsterdam: Ambo, 2000; 2001; Budel: Damon 2004. - 232 p. - ISBN : 978 90 5573 5792. - met name p. 153-155.
•   Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / Augustinus ; vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama OSA, Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama o.s.a. - Baarn: Ambo, 1996. - ISBN : 90-263-1390-x. - p. 60-90

 

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019