Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Vas05

Breng uw levenswijze in verband met het kruis van Christus


Augustinus legt gelovigen regelmatig de prikkelende gedachte voor dat Gods verblijfplaats niet bij de sterren in de hoogste verten moet worden gedacht. De hemel bevindt zich in het innerlijk van elke rechtvaardige: het zuiver hart ziet de Allerhoogste beter dan het lichamelijk oog door een telescoop. En wat Augustinus over Gods verblijfplaats zegt, valt eveneens over Christus\' woning te verwoorden: de innerlijke mens is de plaats waar Christus woont, aldus Augustinus, \"voorlopig alleen nog door het geloof. Straks zal Christus ook in ons wonen met zijn goddelijkheid, wanneer wij erachter zijn gekomen wat breedte, lengte, hoogte en diepte is, en als wij erachter zijn gekomen wat het betekent om de liefde van Christus te kennen, die alle kennis te boven gaat, zodat we vervuld worden van de algehele volheid van God!\" (sermo 53,15).

De gedachte dat Christus in ons innerlijk verblijft, geeft te denken wanneer christenen zich gedurende de veertigdagentijd op het Paasfeest voorbereiden. Augustinus schroomt niet om het mysterie van Jezus\' kruisdood te verbinden met diens verblijf in elke oprechte gelovige en omgekeerd iemands liefdevolle goede werken in verband te zien met wat Jezus bij zijn opgang naar Jeruzalem te verduren wilde krijgen:

\"Probeer in te zien wat breedte, lengte, hoogte en diepte is. Ga niet in uw verbeelding alle ruimten van de wereld doorkruisen en van hot naar haar rennen door de waarneembare indrukwekkendheid van deze zo grote massa. Wat ik bedoel, moet u in uzelf zoeken. De breedte ligt in de goede werken, de lengte in de lankmoedigheid en in de volharding in het doen van goede werken. De hoogte ligt in de verwachting van beloningen van boven. Daarom wordt er tegen u gezegd dat u uw hart moet verheffen. Doe goede werken en volhard daarin om Gods weldaden te kunnen verkrijgen. Beschouw aardse zaken als waardeloos. En wanneer deze aarde eens een keer door een of andere gesel van de wijze God wordt geteisterd, zeg dan niet meteen dat u God voor niets hebt vereerd, dat u voor niets goede werken hebt gedaan en dat u daarin voor niets hebt volhard. Nee, want door goede werken te doen bent u als het ware breed geworden en door erin te volharden lang. Door aardse zaken na te streven bent u echter niet hoog geworden. En vergeet de diepte niet: Gods genade gaat schuil in het verborgene van zijn wil. Want wie kent de gedachte van de Heer? Of wie is zijn raadsman geweest? (Rom 11,34) Zijn oordelen zijn als een diepe afgrond (Ps 35 (36),7), staat er geschreven.

Zo’n levenswijze, die erin bestaat dat u goede werken doet, dat u daarin volhardt, dat u naar beloningen van boven uitziet, dat u de genadegaven van God in het verborgene uitdeelt, in wijsheid, niet in dwaasheid, dat u zich er niet aan ergert waarom de een zus handelt en de ander zo - want bij God bestaat geen ongerechtigheid (Rom 9,14) - deze levenswijze moet u, als u dat wilt, in verband brengen met de kruisdood van uw Heer. Christus heeft immers niet voor niets voor zo’n dood gekozen, want Hij kon zelf bepalen of Hij wel of niet zou sterven. Als Hij zelf kon bepalen of Hij wel of niet zou sterven, waarom zou Hij dan niet zelf kunnen bepalen hoe Hij zou sterven? Het is niet voor niets dat Hij daarbij voor het kruis heeft gekozen. Want door het kruis gaf Hij u de gelegenheid om u voor deze wereld te laten kruisigen (Gal 6,14) Bij het kruis ligt de breedte namelijk in de dwarsbalk waarop de handen worden vastgemaakt, want die staan voor de goede werken. De lengte zit hem in het gedeelte van het kruishout dat vanaf de dwarsbalk tot op de grond loopt. Daaraan wordt het lichaam vastgemaakt en dan staat het bij wijze van spreken rechtop. En rechtopstaan staat voor de volharding. De hoogte zit hem in het stuk dat vanaf de dwarsbalk omhoog gaat en uitsteekt tot aan het hoogste punt. Dat staat voor het uitzien naar de beloningen van boven. En waarin zou de diepte anders liggen dan in het gedeelte dat in de grond zit? We kunnen het niet zien, het gaat schuil in het verborgene. Het is niet te zien, maar er steekt iets van uit dat wel te zien is. Nu, als u dit alles hebt begrepen (Mt 13,51), niet alleen door tot inzicht te komen, maar ook tot actie - want allen die uit ontzag voor de Heer handelen, komen tot een goed inzicht - als u dit alles hebt begrepen, moet u zich, als u kunt, tot het uiterste inspannen om de liefde van Christus te leren kennen, die alle kennis te boven gaat. Als u dat is gelukt, zult u worden vervuld van de algehele volheid van God (Ef 3,19). Dan zult u zelf ervaren wat er wordt bedoeld met: van aangezicht tot aangezicht (1 Kor 13,12). U zult worden vervuld van de algehele volheid van God, maar dan niet in de zin dat u helemaal God wordt, maar dat u vol wordt van God.\" (Sermo 53,15-16)

tekst: Hans van Reisen


literatuur:

•  Van aangezicht tot aangezicht [Sermones de scripturis 51-94] / Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar. - Amsterdam: Ambo, 2004. - 676 p. - ISBN 90 263 1890 1 met name p. 108-110.

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019