Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Vas03

\"Als je vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht\"

Augustinus vierde in Milaan geen carnaval en ook geen aswoensdag toen hij zich daar in de winter van 387 inschreef voor het geloofsonderricht van bisschop Ambrosius. Sterker nog: het aartsbisdom Milaan kent tot op vandaag nog steeds geen aswoensdag. Wanneer elders de carnavalskostuums in de kasten verdwijnen, beginnen de Milanezen met hun eigen verfijnde carnavalsgebruiken. Pas in de avond van de eerstvolgende zondag wordt er tijdens de avonddienst in de befaamde domkerk as over de hoofden van de aanwezigen uitgestrooid om het begin van de veertigdagentijd te markeren als voorbereiding op het Paasfeest. In alle andere kerken van Milaan en omgeving gebeurt dat nog later, op de maandag erna. In zekere zin kun je daar dus spreken over asmaandag.

Vreemd genoeg volgt de asuitreiking bijna altijd direct op de evangelielezing waarin uit Jezus\' bergrede wordt voorgelezen: \"Als u vast, zalf dan uw hoofd en was uw gezicht, opdat het bij de mensen niet opvalt dat u vast.\" (Mt 6,17-18). Al was er in Augustinus\' tijd geen rite rond de as, de instructie van Jezus bezorgde Augustinus al hoofdbrekens. Misschien biedt zijn toelichting op dit evangelievers ook een uitweg voor de hedendaagse viering op aswoensdag:

\"Is het niet merkwaardig dat de Heer ons voorschrijft om, terwijl we de gewoonte hebben ons gezicht elke dag te wassen, bij het vasten ook nog ons hoofd te zalven? Als iedereen erkent dat dat hoogst ongepast is, moet men het gebod om zijn hoofd te zalven en zijn gezicht te wassen laten slaan op het innerlijk van een mens. Het hoofd zalven slaat dan op de blijdschap, het gezicht wassen op de zuiverheid. Iemand die zich innerlijk verheugt, geestelijk en verstandelijk, zalft zijn hoofd. Het is immers juist als we de geest als het hoofd zien: die neemt in de ziel de hoogste plaats in en regelt en bestuurt verder onmiskenbaar alles in de mens. Het hoofd zalven doet iemand die niet op zoek is naar uiterlijke vreugde en aan de waardering van anderen geen enkel lichamelijk genoegen beleeft. Het lichaam, dat ondergeschikt behoort te zijn, is absoluut niet het hoofd van heel de mens. [...]
Wie vast moet daar dus een geestelijk genoegen aan beleven, en wel doordat hij zich door het vasten afkeert van werelds genot en zo ondergeschikt is aan Christus, het hoofd van iedere mens, die volgens dit voorschrift verlangt dat wie vast zijn hoofd heeft gezalfd.
Zo moet ieder die vast ook zijn gezicht wassen, met andere woorden: zijn hart zuiveren. Met een gezuiverd hart zal hij God zien (vgl. Mt 5,8), niet gehinderd door een sluier van ziekte die hij opgelopen heeft in het vuil, maar kerngezond en krachtig omdat hij zuiver en oprecht is. “Was u, reinig u!” staat er geschreven, “Doe weg de misdaden uit uw gedachten; uit mijn ogen ermee!” (Js 1,16) Dat vuil moet dus van ons gezicht worden gewassen: het kwetst de ogen van God. Want door met onverhuld gelaat de glorie van de Heer te aanschouwen zullen wij herschapen worden zodat wij op Hem gaan gelijken\" (2 Kor 3,18), (Verhandeling over de bergrede 2,42).

In de Paasnacht van 387 werd Augustinus met vele anderen in Milaan gedoopt en gezalfd als uitdrukking en bevestiging van waarmee hij zich veertig dagen lang geestelijk had beziggehouden: het gezicht wassen en het hoofd zalven om zo zelf steeds meer op de Gezalfde te gaan lijken.

Tekst: Hans van Reisen


Gebruikte literatuur
Het huis op de rots: Verhandeling over de bergrede [De sermone Domini in monte] / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Leo Wenneker en Hans van Reisen. - Budel: Damon, 2004. - ISBN: 90-5573-579-5. - In dit werk geeft Augustinus een vers-voor-vers-commentaar op de hoofdstukken 5-7 uit het evangelie volgens Matteüs. – tekstfragment zie p. 154-155.

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019