Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas06

Leren van rovers en inbrekers tijdens de paasnacht ?

Augustinus is vierendertig jaar bisschop van Hippo Regius geweest (396-430). Er zijn van hem twintig preken voor de paasnacht bewaard gebleven. Daardoor krijg je de indruk dat bijna tweederde daarvan is overgeleverd. Maar schijn bedriegt: we weten dat Augustinnus in de wake van de paasnacht meerdere keren moest preken. Dat gebeurde onder andere omdat de lange viering plaatsvond in verschillende ruimten: naast de grote basiliek werd ook de afzonderlijke doopkapel gebruikt. Dat verklaart misschien ook het doorgaans korte en bondige karakter van deze preken: ze variëren in lengte van ongeveer 2 tot 35 minuten, meestal tussen de 5 en 10 minuten. Er komt bijna geen bijbeluitleg in voor, al is wel duidelijk dat Augustinus zich laat voeden door voortdurende lezing van de Schriften.

In bijna de helft van de preken voor de paasnacht sluit Augustinus in zekere zin aan bij de vraag die het jongste kind in de Joodse traditie aan het begin van de sedermaaltijd stelt : \"Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten?\" De vraag komt als vanzelf op door het ongebruikelijke tijdstip van de liturgische samenkomst. De paasnacht is anders, aldus Augustinus, omdat er dan zoveel gelovigen gedurende de hele nacht blijven waken.

Wie tegenwoordig enigszins vertrouwd is met culturen rond de Middellandse Zee, merkt in het taalgebruik op dat de mediterrane mens al met de nacht begint wanneer het avond wordt: Goedenavond is in het Spaans Buenas noches en in het Portugees Boa noite. Omgekeerd geldt dat op tijdstippen waarop de meeste Nederlanders het bed opzoeken - zo tussen 22.00 u en 24.00 u - men zich langs de Middellandse Zee voorbereidt op een luidruchtig en uitbundig avondmaal. \'s Nachts opblijven is dus rond de Middellandse Zee geen kunst. Dat heeft zeker te maken met de eigenschappen van het mediterrane klimaat, waardoor velen tijdens de siësta van een diepere rust genieten dan in de nacht. Wie Augustinus\' preken voor de paasnacht doorleest, ontkomt niet aan de indruk dat het rond 400 niet veel anders was. Christenen komen weliswaar samen voor een grote en langdurige plechtigheid, maar zij blijken niet als enigen op te blijven in de nacht.

\"De hele wereld waakt,\" merkt Augustinus op. We moeten echter wel onderscheid maken tussen mensen die wakker blijven en zij die echt waken (vgl. Sermo 219). In de ene wereld waken mensen volgens de beginselen van de zelfzucht, eerzucht, afgunst en de begeerte van de ogen. Zo\'n wereld verbindt Augustinus met de kinderen van het ongeloof: zij worden beheerst door duivels, boze machten en heerschappijen. Zij zijn \'s nachts wel wakker maar waken niet. Anders gezegd: zij waken wel met het lichaam, maar niet met het hart. Opblijven in de nacht is zo bezien dus nog niet te prijzen. \"Bandieten blijven immers ook wakker, maar ze hebben er wel een ander bedoeling mee. Ze houden zich schuil tot de mannen slapen en willen dan bij hun vrouwen komen, meegewerkt door de donkere nacht. Ook beoefenaars van zwarte kunst blijven wakker, maar dan wel om de demonen te dienen en met hun hulp schandelijke daden te verrichten. Het voert te ver en het is ook niet nodig te vermelden waarom al dat tuig wakker blijft.\" (vgl. Sermo 223J). Toch zijn er ook mensen die met eerlijke bedoelingen wakker blijven zoals boeren, schippers, vissers, reizigers, handelaars en ga zo maar door (vgl. Sermo 223G,2). Niettemin overtreft de waakzaamheid van oneerlijke lieden nogal eens die van eerlijke mensen. Gelovigen kunnen in dat opzicht nog een voorbeeld nemen aan rovers en inbrekers! Als een inbreker wakker blijft en loert op een mogelijkheid om bij een ander in te breken, hoe past het dan een doopkandidaat te waken om het grote huis van de Heer binnen te treden! (vgl. Sermo 219). In de wereld van gelovigen waken mensen door te luisteren naar de lezingen uit de Schriften en te bidden met het hart volgens de beginselen van het geloof, de hoop en de liefde (vgl. Sermo 223E,1).

In de Eindhovense binnenstadskerk waakt in de paasnacht een kleine groep christenen vanaf 22.00 u tot 4.00 u aan de rand van ongeveer het grootste uitgaansgebied in Nederland waar zo\'n 15000 (!) jongeren per nacht luidruchtig vertier zoeken in de talloze kroegen en nachtclubs. Kunnen de wakers binnen in de kerk in geestelijke toewijding leren van het fysieke uithoudingsvermogen van de wakkere massa\'s jongeren buiten de kerk?

Tekst: Hans van Reisen


Literatuur:

•   Hans van Reisen, \"Waakzaam als een leeuw: Augustinus\' verkondiging in de paasnacht\" in: Tijdschrift voor liturgie 84 (2000), p. 365-376.
Alle paasnachtpreken van Augustinus zijn in Nederlandse vertalingen terug te vinden; met name in:
•   Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar [Sermones de tempore] / Aurelius Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A., Anke Tigchelaar en Paul Wammes. - Baarn: Ambo 1996.- 295 p. - ISBN 90 263 1390 X, met name p. 98-116.
•   Als lopend vuur: preken voor het liturgisch jaar 2 [Sermones de tempore II] / Aurelius Augustinus; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Richard van Zaalen O.F.M., Hans van Reisen en Sander van der Meijs. - Amsterdam: Baarn 2001. - 315 p. - ISBN 90 263 1689 5, met name 113-119. Op p. 296-297 is daar een overzicht met doorverwijzingen te raadplegen naar alle andere Nederlandse vertalingen van Augustinus\' paasnachtpreken.
•   Van aangezicht tot aangezicht [Sermones de scripturis 51-94] / Aurelius Augustinus; vertaald, ingeleid en vaan aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar. - Amsterdam: Ambo 2004. - 676 p. - ISBN 90 263 1890-1 , met name p. 176-182.

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019