Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas05

Kinderen van het licht

 

Augustinus had niet altijd even veel tijd om uitvoerig te preken. Soms dwongen drukke werkzaamheden hem om zijn toehoorders schuldbewust te bekennen: “Ik hoop dat deze enkele woorden u tevreden stellen. Ik heb nog heel veel te doen.” Dit citaat is ontleend aan sermo 226, een preek die Augustinus zou hebben gehouden op Pasen in 416 of 417.

Het is een compacte preek, of eigenlijk veeleer een aaneenrijging van Schriftverwijzingen die het contrast duisternis-licht illustreren. Want dat is het thema van het betoog. Heerste gisteren nog de duisternis van de nacht over de mensen, nu is dat het licht van de dag.

Nacht? De nacht is het beeld van het leven in zonde. Wie zondigt, leeft in de duisternis van de nacht. Dag? De dag is het beeld van leven zonder zonde. Wie niet zondigt, leeft in het licht van de dag.

Het eerste niveau waarop dit contrast wordt verklaard, is ontleend aan het scheppingsverhaal. “In het begin van het scheppingsverhaal,” zegt Augustinus, “lezen we het volgende: Duisternis lag over de diepte, en de Geest van God zweefde over de wateren. Toen sprak God: er moet licht zijn. En er was licht. God scheidde het licht van de duisternis. Het licht noemde God dag en de duisternis noemde Hij nacht” (Gn 1,1-3). Het tweede niveau houdt een verdere vergeestelijking in. Hiervoor gaat Augustinus bij Paulus te rade: “U, dag die door de Heer is gemaakt,” zegt die tot de Efeziërs, “u was eens duisternis. Nu bent u licht in de Heer” (Ef 5,8). Nu verwijst de duisternis naar de zondige mens, terwijl het licht naar de van zonde bevrijde, gedoopte mens verwijst. De link tussen de beide niveaus ligt in Christus. Hij is het Woord, God uit God, dag uit dag, licht uit licht. Door zich te vernederen en onder de mensen te komen, heeft Hij bewerkstelligd dat de mens van duisternis licht kan worden.

Augustinus roept de van zonde bevrijde mens op om zich bewust te blijven van zijn bevoorrechte positie: “Was u duisternis of niet? Als u beweert van niet, blik dan eens terug op uw doen en laten. Onderzoek dan opnieuw uw geweten dat u hebt verloochend. En dan blijkt dat u eens duisternis was, maar nu licht, niet uit uzelf, maar in de Heer.” Zich hiervan bewust zijn is niet voldoende. Men moet er ook naar handelen. Daarom voegt Augustinus er aan toe: “Leef dan ook als kinderen van het licht.”

Tekst : Joost van Neer
literatuur:

•  Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / Augustinus ; vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama OSA, Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama o.s.a. - Baarn: Ambo, 1996. - ISBN : 90-263-1390-x. - preek 226, p. 116-117

 

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019