Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas03

De Emmaüsgangers : De Heer is werkelijk op gestaan!

 

Wanneer de Galilese vrouwen bij Jezus’ graf aankomen, krijgen ze van twee mannen in stralend witte gewaden te horen dat Hij er niet is omdat Hij is opgestaan (vgl. Lc 24,1-6). Maar daar laten de mannen het niet bij. Ze zeggen ook nog: “Herinner u wat Hij tegen u heeft gezegd toen Hij nog in Galilea was: De Mensenzoon moet worden uitgeleverd aan zondaars, Hij moet worden gekruisigd en Hij moet op de derde dag opstaan” (Lc 24,6-7). Die veelzeggende woorden waren klaarblijkelijk het geheugensteuntje dat de vrouwen nodig hadden, want, staat er, “toen herinnerden ze zich zijn woorden” (Lc 24,8).

Niet alleen de vrouwen hadden een geheugensteuntje nodig, ook Jezus’ leerlingen konden aanvankelijk niet geloven wat er was gebeurd. Toen de vrouwen het hun kwamen vertellen, vonden ze het maar kletspraat (vgl. Lc 24,9-11).

Het gegeven dat mensen uit Jezus’ directe omgeving, die dagelijks met Hem waren opgetrokken, die zijn onderricht rechtstreeks hadden kunnen volgen en die uit zijn eigen mond hadden vernomen dat Hij op de derde dag zou opstaan, na zijn dood zo wanhopig en wantrouwig zijn, is iets wat de auteur van het evangelie volgens Lucas intrigeert. Hij legt het er in ieder geval dik bovenop.

Toegegeven, de vrouwen en de leerlingen hadden hun opgestane Heer nog niet gezien. Twee van de leerlingen, later op de dag op weg naar het dorp Emmaüs (vgl. Lc 24,13), overkomt dat wel. Maar hoewel Jezus bij hen komt lopen en met hen van gedachten wisselt over alles wat er is gebeurd, herkennen ze Hem niet (Lc 24,15-16). Dan probeert Hij het met: “Hebt u dan zo weinig verstand en bent u zo traag van begrip dat u niet gelooft in alles wat de profeten hebben gezegd? Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?” (Lc 24,25-26). Nog steeds wordt Hij niet herkend aan wat Hij zegt, zelfs niet wanneer Hij hun uitvoerig onderricht (vgl. Lc 24,27). Hij wordt pas herkend aan iets wat Hij doet. Wanneer Hij ’s avonds bij het eten het brood breekt, worden hun ogen geopend en herkennen ze Hem (Lc 24,30-31).

Ook Augustinus is onder de indruk van het verhaal. Jezus’ boodschap aan het adres van de Emmaüsgangers is, weet hij, dezelfde die ook de vrouwen hadden gekregen: men had op de hoogte kunnen zijn, want alles wat er is gebeurd, was van te voren aangekondigd. “Vóór zijn lijden had Hij alles voorzegd,” zegt Augustinus, “Hij zou lijden, Hij zou sterven en Hij zou op de derde dag opstaan. Welnu, Hij stierf, en kijk: alles vergaten ze. Toen ze Hem aan het kruishout hadden zien hangen, waren ze zo in de war geraakt, dat ze zijn onderricht vergaten, dat ze zijn opstanding niet meer verwachtten en dat ze ook niet meer aan zijn beloften dachten” (s. 235,2). Of in een andere preek: “Uit vertwijfeling over de dood van de Heer waren ze teruggevallen op datgene wat buitenstanders over Christus zeiden” (s. 236A,3). Die reactie wijst op wanhoop en tekortkomingen in het geloof. “Kijk toch,” zegt Augustinus, “Christus leeft, en in u is de hoop gestorven” (s. 235,2). Zijn leerlingen hadden Hem dus wel gezien, maar pas bij het breken van het brood herkenden ze hem. “De afwezigheid van de Heer is in feite geen afwezigheid. Zorg ervoor dat u gelooft. Dan is Hij met u, ook al ziet u Hem niet” (s. 235,2).

Wat betekent dat voor ons? “Om de Heer te kunnen herkennen moet u hetzelfde doen als zij. Ze gaven Hem onderdak. Als u Hem wilt herkennen, neem Hem dan op als gast. Wat het ongeloof had weggenomen, gaf de gastvrijheid weer terug” (s. 235,3). Of elders: “Leer gasten op te nemen, want daarin wordt Christus herkend. Of weet u niet dat u, wanneer u een christen opneemt, Hemzelf opneemt?” (s. 236,2) Eenmaal binnen wordt Hij dan aan tafel herkend. Die, zeg maar, hernieuwde herkenning betekent de bevestiging van het geloof. En dan kan Hij uit het zicht verdwijnen (vgl. Lc 24,31). “In het lichaam was Hij afwezig voor hen, in het geloof hielden ze Hem vast. Want in het lichaam verwijderde de Heer zich van de hele kerk en steeg Hij op ten hemel om het geloof op te bouwen. Als u iets alleen maar zeker weet als u het ziet, waar blijft het geloof dan? Maar als u zelfs wat u niet ziet, gelooft, zult u verheugd zijn wanneer u het uiteindelijk wel te zien krijgt” (s. 235,4). We hoeven dus maar één ding te doen: “Onthaal Christus gastvrij. Dan wordt u onthaald in de hemel” (s. 89,7).

Tekst: Joost van Neer


Gebruikte literatuur :

Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / Augustinus ; vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama OSA, Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama o.s.a. - Baarn: Ambo, 1996. - ISBN : 90-263-1390-x. - preek 235, blz 134-136.
Als lopend vuur: Preken voor het liturgisch jaar (2) / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Richard van Zaalen o.f.m., Hans van Reisen en Sander van der Meijs. - Amsterdam: Ambo, 2001. - p. 315. - (Ambo Klassiek). - ISBN : 90-263-1689-5. - preek 236, blz 145-147 en preek 236A, blz 148-150
Van aangezicht tot aangezicht: Preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs [sermones de scripturis 51-94] / Augustinus; vertaald en van aantekeningen voorzien door Joost van Neer, Martijn Schrama en Anke Tigchelaar; ingeleid door Joost van Neer. - Amsterdam: Ambo-Anthos, november 2004. - 676 p. - ISBN: 90-263-1890-1. preek 89, blz 531-540

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019