Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas02

Pasen: Sta op uit de doden !


Op het Paasfeest vieren de christelijke kerken de verrijzenis van Jezus. Daarmee wordt Gods trouw beleden aan de mens die zo vol liefde heeft geleefd dat Hij er een gewelddadige dood aan is gestorven. Het geloofsgeheim van de opstanding uit de doden licht soms al op in de weken vóór Pasen. Dat gebeurt onder andere door bijbelverhalen te overdenken waarin gestorven mensen nieuw leven krijgen aangereikt. De bekendste daarvan is wel de opwekking van Lazarus (Johannes 11,1-44).
Augustinus leest het verhaal over Lazarus in het graf altijd in verband met twee andere doden die door Jezus uit de doden zijn opgewekt: het dochtertje van een synagogeleider (vgl. Mc 5,21-24.35-43 en Lc 8,40-42.49-56) en de zoon van een weduwe (Lc 7,11-17). De bisschop van Hippo Regius schetst in krachtige bewoordingen hoe de verhalen van toen te rijmen vallen met de gebeurtenissen van nu:

\"Geen enkele christen mag er aan twijfelen dat er nog altijd doden worden opgewekt. Iedereen heeft ogen waarmee hij mensen kan zien opstaan die gestorven zijn. Maar niet iedereen heeft ogen waarmee hij mensen kan zien opstaan die geestelijk dood zijn. Dat zien alleen mensen die zelf al geestelijk zijn opgestaan. Het is een groter wonder iemand weer op te wekken voor het eeuwig leven dan voor een tweede dood.

Die moeder, een weduwe, was verheugd over de opwekking van haar zoon. Zo verheugt de moederkerk zich over de mensen die dagelijks geestelijk worden opgewekt. Die jongen was lichamelijk dood, die mensen geestelijk. De zichtbare dood van de jongen werd zichtbaar beklaagd, maar aan de onzichtbare dood van die mensen werd geen aandacht geschonken, ja, die werd zelfs niet opgemerkt. Maar Hij die de doden kende schonk er wel aandacht aan. En de enige die de doden kende was Hij die ze weer levend kon maken.

Als de Heer niet was gekomen om de doden op te wekken had de apostel Paulus niet kunnen zeggen: \"Ontwaak, slaper, sta op uit de doden, en Christus zal over u stralen.\" (Ef. 5,14) Zodra je hoort: \"Ontwaak, slaper,\" denk je dat het gaat om iemand die ligt te slapen. Maar zodra je hoort: \"Sta op uit de doden,\" begrijp je dat het gaat om iemand die dood is. Mensen die lichamelijk dood zijn worden ook vaak \"ontslapenen\" genoemd. En inderdaad, voor Hem die kan opwekken slapen alle mensen. Een dode is voor ons dood als hij niet wakker wordt, hoe je hem ook slaat, beetpakt of door elkaar schudt. Maar voor Christus sliep de jongeman tot wie gezegd werd: \"Ontwaak,\" en direct stond hij op. Geen mens roept iemand zo makkelijk uit zijn bed als Christus iemand uit het graf.
Wij horen over drie doden die door de Heer zichtbaar zijn opgewekt, maar met duizenden is dat onzichtbaar gebeurd. Wie weet trouwens hoeveel doden Hij zichtbaar heeft opgewekt? ... Er zijn ongetwijfeld nog veel andere doden opgewekt, maar het is niet zonder betekenis dat er maar drie in de evangeliën staan vermeld. Onze Heer Jezus Christus wilde namelijk dat wat Hij voor die lichamen deed, ook geestelijk werd opgevat. ... Het zijn niet alleen grote, bijzondere en goddelijke wonderen, we kunnen er ook nog iets van leren.\"

Augustinus leest in het dochtertje van de synagogeleider, de zoon van de weduwe en Lazarus verwijzingen naar drie soorten zondaars die Christus ook vandaag nog opwekt. Het dochtertje van de synagogeleider bevond zich na haar dood nog thuis: zij verwijst volgens Augustinus naar mensen die zondigen in hun hart maar de zonde in werkelijkheid nog niet hebben begaan. De zoon van de weduwe werd echter al zijn huis uit gedragen: hij verwijst aldus naar mensen die aan hun zondige verlangens toegeven en die daadwerkelijk uitvoeren. Ze dragen als het ware de dood naar buiten. En dan zijn er mensen zoals Lazarus:

\"Zij raken soms verstrikt in hun kwade gewoontes. En juist die gewenning aan het kwaad staat hun niet toe te zien dàt het kwaad is. Ze gaan hun slechte daden verdedigen. Ze worden boos bij een terechtwijzing. Zulke mensen zijn onder hun slechte gewoontes bedolven, ja eigenlijk begraven. Zij zijn begraven zoals Lazarus, over wie gezegd is: \"Hij stinkt al.\" (Joh 11,39) Een zware steen is op het graf gelegd: het is de harde druk van de gewenning waaronder de ziel bedolven raakt. Zij kan niet opstaan, krijgt geen adem.\"

In de preken voorziet de zielzorger van Hippo de drie typen gestorvenen die drie soorten zondaars zijn, van smeuiige voorbeelden. Het verhaal over Lazarus biedt daartoe de meeste aanknopingspunten, want wat wil het zeggen dat Lazarus al vier dagen dood blijkt en zijn lichaam al is gaan stinken? Waarop duiden de zwachtels waaruit Lazarus nog moet worden losgemaakt? En waarom maakt Jezus die niet zelf los maar vertrouwt hij die opdracht aan zijn leerlingen toe?
De uitleg van de details moet hier achterwege blijven maar wat Augustinus als leerpunt van de drie opwekkingen in het evangelie ziet, kan dienen als een aansporing bij de voorbereiding op het Paasfeest:


\"Dierbare broeders en zusters, we moeten hiervan leren dat zij die leven, moeten zorgen in leven te blijven en dat zij die dood zijn, weer tot leven moeten zien te komen. Is er een zonde opgekomen in uw hart maar hebt u hem nog niet begaan? Toon berouw, verbeter uw gedachten, laat de dode opstaan in de woning van uw geweten. Hebt u gedaan wat in u opkwam? Nog geen reden tot wanhoop. De dode is niet opgestaan in huis, laat hij opstaan zodra hij is uitgedragen. Laat hij berouw krijgen van zijn daad en meteen weer tot leven komen. Laat hij de diepte van het graf niet binnengaan, laat hij de zware steen van de gewenning niet bovenop zich krijgen. Maar misschien dat mijn woorden iemand bereiken die al onder de zware last van zijn gewoontes gebukt gaat, die al wordt neergedrukt door het gewicht van de gewenning en al vier dagen stinkt. Zelfs hij hoeft niet te wanhopen: de doden zijn beneden, maar Christus is boven. Door luid te roepen kan Hij het gewicht van de aarde opzij schuiven, Hij kan persoonlijk de dode daarbinnen levend maken en hem aan zijn leerlingen geven om zijn zwachtels los te maken. Ook zulke mensen moeten boete doen. Want ook toen Lazarus na vier dagen was opgewekt, was er in hem geen spoor van stank meer te bekennen.
Dus wie leeft moet zorgen in leven te blijven, en wie dood is moet snel weer tot leven zien te komen, welke dood van deze drie hij ook gestorven is!\"


Tekst: Hans van Reisen
Gebruikte literatuur
Als korrels tussen kaf : Preken over teksten uit het Marcus- en het Lucasevangelie [Sermones de scripturis 94A-116 + 367] / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Joke Gehlen-Springorum, Vincent Hunink, Hans van Reisen en Annemarie Six-Wienen. - (Ambo Klassiek) . - Amsterdam : Ambo, 2002. - 320 p. - ISBN : 90-263-1745-x. - p.63-69

 

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019