Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pas01

Verrezen tot leerlinge van de Heer:

Maria Magdalena in de verkondiging van Augustinus

Het geloofsgeheim dat Jezus Christus, door mensen omgebracht op het kruis, toch leeft bij God, is een van de oudste overleveringen die christenen in ere houden. Gedurende de vijftigdaagse Paastijd wordt dit mysterie nadrukkelijker dan anders beleden en gevierd: Christus is verrezen! Men kan erover zingen zoals in het Westen gebeurt. Men kan er elkaar mee begroeten zoals in het Oosten gebruikelijk is. En men kan erover nadenken zoals in de theologie gebeurt. De evangelieverhalen waarin de kern van Jezus\' verrijzenis wordt verwoord, zwijgen volledig over Hemzelf (vgl. Mc 16,1-8; Mt 28,-8; Lc 24,1-12 en Joh 20,1-10). Hedendaagse theologen sluiten daarop aan: vragen over de verrijzenis van Jezus Christus mogen niet gericht zijn op wat is gebeurd met het dode lichaam in het graf, maar op wat is geschied met hen die Jezus heeft achtergelaten.

In de verhalen rondom Jezus\' kruis en graf speelt slechts één persoon een trouwe en prominente rol. Dat is Maria Magdalena. In de geschriften van het Nieuwe Testament wordt zij twaalf keer genoemd. Die twaalf passages zijn als het ware over vier scènes rond Jezus te verdelen: ten eerste wordt ze genoemd onder de vrouwen die naast de twaalf mannelijke leerlingen Jezus vergezelden toen deze rondtrok om het rijk van God te verkondigen. Van Maria Magdalena wordt dan vermeld dat er zeven duivels uit haar waren weggegaan. Anderzijds wordt in het Lucasevangelie (8,1-3) opengelaten of zij ook tot de vrouwen kan worden gerekend die uit eigen middelen voor het rondtrekkend gezelschap zorg droegen, maar in het Marcusevangelie (15,40-41) wordt dat wel over haar verteld. Daaruit mag men wellicht concluderen dat zij een vermogende vrouw was. Ten tweede staat Maria Magdalena te boek onder de mensen die Jezus aan het kruis hebben zien hangen; ten derde wordt ze vermeld onder de vrouwen die toekeken toen Jezus begraven werd. Tenslotte prijkt haar naam bij alle evangelisten vanwege de bijzondere gebeurtenissen bij het lege graf. De meest uitvoerige beschrijving hiervan valt te lezen bij Johannes 20,1-18.

Over dat verhaal heeft Augustinus sinds 400 elk jaar gepreekt: in dat jaar wijzigde hij het lezingenrooster voor de dagen van de eerste paasweek in Hippo Regius en besloot hij om in een soort lectio continua alle paasverhalen uit de evangeliën voor te laten lezen en erover te preken, vooral in de kring van de pasgedoopten. (vgl. sermones 229K,2; 229L,1-2; 243,1-2; 244,1-4; 245,1-4; 246,2-4 en 375C).

Binnen het korte bestek van deze bijdrage kan slechts één aspect worden toegelicht: Maria\'s bekering tot Jezus, niet eenmaal maar tweemaal, op de vroege ochtend in de graftuin. Als er met iemand wat gebeurt op Paasmorgen, dan is het wel met Maria Magdalena: zij keert zich tweemaal om!

Haar eerste omkering vindt plaats zodra ze haar rouwbeklag bij het graf heeft gedaan (vgl. Joh 20,14). Petrus en Johannes zijn dan intussen al van het graf naar huis teruggekeerd, zonder een traan te laten. Maria Magdalena doorstaat volgens Augustinus met glans een vergelijking met deze mannelijke leerlingen: haar tranen vertroebelen haar eigen ogen, maar ze zuiveren de ogen van haar hart. Zij krijgt dan ook meer te zien dan Petrus en Johannes. Zodra zij zich omkeert, ziet ze Jezus als tuinman staan. Augustinus spreekt hierover vol sympathie: \"Welbeschouwd - als wij onszelf zien als zijn plantjes - is Christus ook werkelijk een tuinman. Is Hij niet de tuinman, die een mosterdzaadje zaaide? Het groeide op en bracht zo\'n grote boom voort dat zelfs de vogels uit de lucht kwamen rusten op zijn takken. Jezus zei toch zelf: \'Als u toch eens het geloof zou hebben als een mosterdzaadje.\' (vgl. Mt 17,20) Een mosterdzaadje lijkt nietig maar niets is ook zo sterk. Het stelt de geweldige gloed en innerlijke geloofskracht voor, die in de kerk aanwezig zijn.\" (sermo 246,3) Augustinus beschouwt Maria Magdalena als een goede leerlinge, die zich Jezus\' onderricht over het rijk van God als een mosterdzaadje volkomen eigen heeft gemaakt.

De tweede omkering vindt plaats zodra zij zich bij haar eigen naam geroepen weet (vgl. Joh 20,16). Een argeloze lezer ontgaat het gemakkelijk dat Maria Magdalena zich op dit moment in het verhaal voor de tweede maal omkeert. Moet men nu concluderen dat zij zich weer naar het graf heeft toegewend en de Heer aanspreekt met de rug naar hem toe? Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Augustinus zegt hierover: \"Wat betekent dat de vrouw die zich al had omgekeerd om Jezus te zien toen zij Hem nog voor tuinman hield, zich opnieuw tot Jezus keerde om \'Rabboeni\' tegen Hem te zeggen? Eerst hield zij Hem lichamelijk toegewend voor de verkeerde, daarna erkende zij Hem geestelijk toegewend voor wie Hij was.\" (vgl. Io.eu.tr. 121,2)

Maria Magdalena spreekt Jezus als tuinman na haar eerste omkering aan met \'Heer\' en na de tweede met \'Meester\'. Nu is er ruimte voor diepzinnig geloofsonderricht. Maria Magdalena krijgt het hartsgeheim van Jezus dan ook als eerste toevertrouwd en verrijst tot ware leerlinge van de Heer.

Tekst Hans van Reisen

Voor wie meer wil weten

De sermones waarin Augustinus een toelichting geeft op de ontmoeting van Maria Magdalena met Jezus zijn in Nederlandse vertaling terug te vinden in:

- Augustinus\' preken voor het volk / vert. door Christine Mohrmann. - Utrecht, Brussel: Spectrum, 1948. - Sermo 229L op p. 414-417; 244 op p. 399-405.
- Aurelius Augustinus - Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama OSA, Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama OSA - Baarn: Ambo, 1996. - ISBN : 90-263-1390-x. - sermo 243 op p.149-154; 245 op p. 154-158; 246 op p. 158-162.
- Augustinus - Als lopend vuur: Preken voor het liturgisch jaar (2) / vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Richard van Zaalen OFM, Hans van Reisen en Sander van der Meijs - Amsterdam: Ambo, 2001. - ISBN: 90-263-1689-5: sermo 229K op p. 138-140 en 375C op p. 234-240.
- Een overzichtsartikel over dit onderwerp verscheen in: Tijdschrift voor liturgie 79 (1995), 98-110: \"Verrezen tot leerlinge van de Heer - Maria Magdalena in de verkondiging van Augustinus.\"

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019