Home
Augustijns Instituut Augustinus' Leven Augustinus' Werken Contact
zoeken
printen

Pin04

Geen schrik van buiten maar rust van binnen

 

Het Pinksterfeest is het minst bekend gebleven hoogfeest op de christelijke liturgische kalender. Vraag een gemiddelde voorbijganger op straat naar de achtergrond van dit feest: grote kans dat iemand onbeholpen de schouders ophaalt als blijk geen benul te hebben van wat er met Pinksteren wordt gevierd. Laat staan dat iemand er weet van heeft dat christenen het Pinksterfeest – net zoals het Paasfeest trouwens – van de joodse feestkalender hebben overgenomen. Met het woord pinksteren is vanouds uitgedrukt dat de vijftigste dag is aangebroken: dag 50 van de Paastijd wel te verstaan. De joden vieren al sinds mensenheugenis dat God hun deze dag verscheen op de berg Sinaï in rook en vuur en door Mozes de tien geboden ten leven openbaarde (Ex 19-20); christenen lezen ter markering van deze dag hoe Gods Geest zich in het hoogverheven Jeruzalem in vurig tongen aan Jezus\' leerlingen kenbaar maakte en hen bezielde om van het nieuwe Paasleven in het openbaar te getuigen (Hnd 2).
Van Augustinus zijn (minstens) acht preken bewaard die hij op Pinksteren heeft gehouden (sermones 266-272B en 378). Daarin is sprake van vele bijzondere, soms verrassende verbanden tussen allerlei bijbelpassages. Vreemd genoeg besteedt hij lang niet altijd enige aandacht aan de samenhang tussen het joodse en christelijke Pinksterfeest. Opvallend genoeg doet hij dat wel wanneer hij op verzoek van gelovigen in Carthago uitleg geeft over enkele moeilijke passages uit Paulus\' brief aan de Romeinen (7,5-8,17). De lange uiteenzettingen van Augustinus zijn ons in twee series preken bewaard gebleven (sermones 151-152 en 153-156). In sermo 155,6 geeft de gastpredikant Augustinus blijk van zorgvuldige bijbellezing:


\"Kijk eens hoe het er aan toeging bij de berg Sinaï en hoe het er aan toeging in Jeruzalem. Toen stonden de mensen op afstand en er heerste angst, geen liefde. Ja, ze waren zó bang dat ze tegen Mozes zeiden: “Spreekt u met ons, maar laat de Heer niet met ons spreken, want dan sterven we.” (Ex 20,19) God daalde af op de Sinaï, in vuur, staat er (Ex 19,18). Maar de mensen, die op enige afstand stonden, joeg Hij schrik aan (Ex 20,12-13 en 17-18), en met zijn vinger grifte Hij in steen, niet in het hart (Ex 31,18).

Maar die keer dat de Heilige Geest kwam hadden de gelovigen zich verzameld op één plaats (Hnd 1,15 en 2,1). Hij joeg hun geen schrik aan op een berg, maar ging een huis binnen. Plotseling klonk er vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag (Hnd 2,12). Er klonk iets, maar niemand schrok. U hebt het geluid gehoord, nu moet u ook het vuur zien. Ook op de berg waren ze er alle twee, het vuur en het geluid, maar toen was er ook nog rook (Ex 19,18 en 20,18), en nu een helder vuur. De Schrift zegt: “Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden.” (Hnd 2,3) Joegen die hun schrik aan vanuit de verte? Welnee! Want die vlammen zetten zich neer op ieder van hen, en allen begonnen te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven (Hnd 2,3-4). Luister hoe ze in talen spreken, en maak daaruit op dat de Geest niet grift in steen maar in het hart.

Daarom heeft de wet van de Geest, gegrift in het hart en niet in steen, die door Christus Jezus leven brengt – in Hem wordt het meest waarachtige paasfeest gevierd – u bevrijd van de wet van de zonde en de dood (Rom 8,2). Ja, om u te doen beseffen dat die afstand tussen het Oude en het Nieuwe Testament onmiskenbaar is zegt de apostel: “Die wet is niet gegrift in tafels van steen maar in de tafels van het lichaam: ons hart.\" (2 Kor 3,3) En de Heer laat de profeet zeggen: “De dag zal komen – spreekt de Heer – dat Ik met het huis van Jakob een nieuw verbond sluit, een ander verbond dan Ik met hun voorouders sloot toen Ik hen bij de hand nam en wegvoerde uit Egypte.” Vervolgens maakt Hij dat verschil duidelijk: “Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven.” (Jr 31,31-33) Wel, als de wet van God in uw hart wordt geschreven jaagt zij u niet van buitenaf schrik aan maar maakt zij u rustig van binnen. Dan heeft de wet van de Geest die door Christus Jezus leven brengt u bevrijd van de wet van de zonde en de dood (Rom 8,2)\".


tekst: Hans van Reisen
literatuur:
- Sint Augustinus, Preken voor het volk / Christine Mohrmann. - Utrecht / Brussel, 1948. - ( Monumenta Christiana ; I,1), p. 447-451.
- Als licht in het hart: Preken voor het liturgisch jaar (1) / Augustinus ; vertaald door Joost van Neer, Martijn Schrama OSA, Anke Tigchelaar en Paul Wammes; ingeleid en van aantekeningen voorzien door Martijn Schrama o.s.a. - Baarn: Ambo, 1996. - (Ambo-Klassiek)., p. 229-246.
- Augustinus, Leven en werken / A. Sizoo. – Kampen, 1957, p. 213-214.
- Luisteren naar Sint Augustinus / Frans Vromen O.S.B. – Brugge, 1985. - ( Kerkvaderteksten met commentaar ; 7). – Brugge, 1985. - p. 137-156.
- Twintig preken van Aurelius Augustinus / Gerard Wijdeveld. – Baarn, 1986. - ISBN : 90 263 0759 4. - p. 108-112.

- \"Waait de wind nog waarheen zij wil? Augustinus\' verkondiging op het Pinksterfeest” / Hans van Reisen, in: De Eerste Dag ; 22 (1999) 3, p. 4-8.
- Als lopend vuur: Preken voor het liturgisch jaar (2) / Augustinus ; vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Richard van Zaalen o.f.m., Hans van Reisen en Sander van der Meijs. - Amsterdam: Ambo, 2001. - p. 190.
- “Augustinus’ Pinksterpreek 272B*”/ Joost van Neer, in : Jaarboek voor Liturgie-onderzoek 19 (2003), 175-196.

top

kleiner A  -  A groter
Sitemap
21 Mei 2019